Freulisch

Er is veel taal op de tv. Eigenlijk is veel televisie gewoon radio. De Wereld Draait Door, bijvoorbeeld, dat eigenlijk maar één echt televisierubriekje heeft (dat heet dan ook De Televisie Draait Door) en verder vooral de vlotte gesprekken, tunetjes en achtergronden biedt die ook bij radio horen. Zelfs is er muziek. Toch zou DWDD nooit zo’n groot publiek bereiken als het alleen op de radio werd uitgezonden. De radio flikkert en fonkelt niet, lijkt minder urgent – het is niet dat glazen haardvuur waarrond het Hollands huisgezin zich verzamelt, niet dat alledaagse druisen, niet zo móói. Daarom moet je taal vooral toch zoeken op tv.

Felix Rottenberg, de vaste presentator van DWDD, terzijde gestaan door de immer enthousiaste Mathijs van Nieuwkerk, zei vandaag iets over lieve Femke Halsema en gebruikte het woord freule. Wat hij precies wilde zeggen is mij niet bijgebleven, want ik werd alweer gegrepen door de taal. Dat overkomt mij dikwijls. Felix Rottenberg sprak het woord freule op een heel normale manier uit, met een eu, en dat hoort niet. Freule hoor je op ’n gekke manier te zeggen.

Freule klinkt ’n beetje Frans, en sjiek, wat dikwijls samengaat. Toch weet geen Fransman wat een freule is. Eigenlijk komt de freule uit het Duits. Wel is het heel beroerd Duits, raar vervormd, door overijverige Nederlandse adel die blijkbaar niet wist wat ze met het toch vrij eenvoudige woord aanmoesten. Freule betekent letterlijk “vrouwtje” en is dus verwant aan het Duitse Fräulein, al werd het naar men aanneemt uit een Nederduits dialect overgenomen en klonk het in dat dialect eerder als Frölen. Vrouwtje dus. Dat -len of -lein is in het Duits wel vaker de uitgang van verkleinwoorden. Dat in het Nederlands die laatste -n is weggevallen, ach, dat is nog niet zo vreemd. Het rare zit ‘m in de klinker, die geen eu is, al schrijf je die wel en zei Felix Rottenberg dat ook zo.

De eu van freule zit tussen de ui en de eu in. ’t Lijkt echt heel Frans, als je het zo hoort. Fonetisch schrijven we: œː. Zo ziet ’t er nog wat Frans uit ook! Het is ’n beetje de eu van kleur, het is de eerste toon van de tweeklank ui (tenminste, als die tweeklank juist wordt uitgesproken, wat op de Nederlandse tv zelden gebeurt). In geen ander Nederlands woord komt deze klank op deze manier voor. De œː hoort gevolgd te worden door ’n -r of door het eindje van de ui, niet door een hele nieuwe lettergreep die met een l begint.  Freule is een woord dat niet zo hoort.

Dat Felix Rottenberg zich met het rare woord even geen blijf wist valt ‘m eigenlijk niet te verwijten. Het valt niet mee een klank te moeten produceren die in het Nederlands eigenlijk helemaal niet bestaat. Maar goed, eigenlijk bestaan echte freules ook niet meer. Dan Femke maar.

Verstemming

De televisie is er weer vol van. Zelfs RTL4 past z’n gebruikelijke programmering, bestaande uit jolige Hollandse shows en Amerikaanse films, er voor aan. Stemmen moeten we, en zich profileren moeten de lijsttrekkers. Ze doen dat overal, dat wil zeggen: op alle tv-netten, bij alle omroepen, en bij gelegenheid zelfs op de radio.  Soms ook gaan ze de straat op, al doen ze dat vooral in de Randstad, waar hun kiezers wonen.

Je zou soms gaan geloven dat het allemaal echt ergens over gaat. Onze stem maakt verschil tussen bezuinigen of verspillen, tussen uitzetten of binnenslepen, tussen wijs of platvloers. Dat tenminste zeggen ze op de tv. Ik ben natuurlijk cynicus, of toch meestal, en ook nu denk ik er toch weer anders over. Wat ons uiteindelijke kabinet wordt ligt grotendeels al vast.

In Nederland bestaat de volksvertegenwoordiging uit de Tweede Kamer (parlement) en de Eerste Kamer (senaat). De Tweede Kamer kiezen we nu, de Eerste is al eerder verkozen op basis van de Provinciale Statenverkiezingen. Een kabinet dat stabiel wil kunnen regeren moet in beide Kamers een meerderheid hebben.

Van de mogelijke coalities heeft geen enkele die meerderheid in beide Kamers.
CDA – VVD – PVV, het “rechtse kabinet” waar iedereen het maar over heeft, zou in de Eerste Kamer nergens zijn, om de doodsimpele reden dat de PVV van Wilders daar niet bestaat. Een meerderheid is er niet en de rechtse hervormingen die CDA en VVD zo graag willen (en waarvan Wilders heeft gezegd dat hij ze zal steunen, al doet ‘ie zich in de campagne heel links voor) – nooit zullen zij door de Eerste Kamer kunnen geraken. Een onmogelijk kabinet, zo blijkt.
Een “linkse” coalitie van SP – GroenLinks – PvdA en eventueel D66 en CU komt ook net niet aan een meerderheid in de Eerste Kamer. Als deze coalitie een gematigd links karakter krijgt (en de SP dus ernstig moet inbinden) zou ze eventueel op voldoende gedoogsteun kunnen rekenen, maar dat is twijfelachtig. Ook dit is dus een praktisch onmogelijk kabinet.
Dan is er Groen-Paars, het middenkabinet: VVD – PvdA – D66 – GroenLinks. Een kabinet dat niet onwaarschijnlijk is, omdat de gedoodverfde winnaar, de VVD, erin zit en de andere partijen ook een liberale koers voorstaan, zij het sociaal-liberaal en niet rechts-conservatief zoals de VVD. Een meerderheid in de Tweede Kamer lijkt haalbaar, maar in de Eerste Kamer blijft het steken bij een grote minderheid. Dit kabinet kan echter wel op gedoogsteun van SP en CU rekenen (CU voor het economisch beleid, SP voor ethische kwesties) en dus toch stabiel regeren.
Dan is er noch het christelijk alternatief: CDA – VVD – CU. Dit kabinet zou in de Eerste Kamer een meerderheid hebben. Of de eerder linkse CU zich wel bij dit kabinet zou voegen is moeilijk te zeggen. Vooral grote winnaar VVD zou bij dit kabinet ernstig moeten inbinden. Voorlopig lijkt dit kabinet in de Tweede Kamer geen meerderheid te krijgen.

Stemmen is belangrijk, maar het is niet wat de heren politici er van willen maken. Écht kiezen kan ook ditmaal niet, maar verstandig stemmen, dat kan wel. De kleine partijen maken het verschil.
Wie graag een christelijk-conservatief kabinet wil, met een gematigd rechts beleid, die moet inzetten op een kabinet van CDA – VVD en CU. De CU is voorlopig te klein om in de Tweede Kamer voor een meerderheid te zorgen. Een verstandige stem zou daarom een stem op de CU zijn.
Wie een links kabinet wil, heeft niks te kiezen. Het zal er niet van komen. Van een uitgesproken rechts kabinet zal het ook niet komen. Rest ons het midden. Voor een stabiele Groen-Paarse coalitie is een groot D66 en een groot GroenLinks noodzakelijk. Bent u meer links dan liberaal, stem dan op Femke. Bent u een echte sociaal-liberaal, kies dan voor “Paarse Pechtold”.

Zelf heb ik mijn keuze al gemaakt. Ik ben sociaal-liberaal, overtuigd en wel. Het wordt Paars. Hoe dan ook.

Balkande

George W. Bush heeft in 2007, toen hij nog gewoon president van Amerika was en iedereen tegen hem, een bezoek gebracht aan Albanië. Daar bekeek hij hoe Amerikaanse organisaties de bevolking van dat land hielpen onderneminkjes op te zetten en de Albanezen leerden hoe ze op hun centen moesten passen. In de provincieplaats Fushë-Krujë, de vlakke tegenhanger van het toeristische bergstadje Krujë, ontmoette de Amerikaanse president wat van de lokale ondernemers. Bush werd er met veel enthousiasme onthaald, meer dan elders. Hij verkreeg zelfs het ereburgerschap van Fushë-Krujë. Dat moet Bush deugd hebben gedaan. Impulsief, enthousiast, guitig als was het weer campagnetijd, liet hij z’n bewakers voor wat ze waren en stapte de menigte in, handenschuddend en meedeinend. De held van het vrije Westen.
Toen Bush zich even later weer bij z’n gevolg aansloot en Fushë-Krujë verliet, ontdekte hij dat zijn horloge er was gestolen.

Hoe Bush ook in de kranten kwam, altijd maakte hij zich wel ’n beetje belachelijk. Voor Bush hinderde dat niet, die man wás ook wel een beetje achterlijk. Tragischer is het dat voor Albanië eigenlijk hetzelfde geldt. Het land heeft prachtige landschappen, er staat bijzondere architectuur en er wonen de mooiste vrouwen van Europa, maar daar heeft geen mens ’t over, als het over Albanië gaat dan gaat het over maffia, over Kosovo en over de sloppenwijken van Tirana. Goed zal ’t nooit wezen. Van Albanië word je moedeloos.

Het zal aan de bergen liggen. De Balkan is zo grillig, zo ruw, zo onbeschaafd. Het is geen gladgestreken skigebergte, die Balkan. Fluorescerend groene alpenweiden zijn daar niet. Er zijn steile kloven en vierkante toppen. Lomp is de Balkan. Griezelig is de Balkan. Voor ’n West-Europeaan is er niks te genieten en veel te vrezen. Zelfs Griekenland werd ontmaskerd als een Balkanland.

Toch heb ik nog iets van medelijden. Niet met die Grieken, die hebben er nu zelf een potje van gemaakt. Van democratie hebben ze er nooit veel begrepen, dat leert de geschiedenis, dus die griezelige protesten en de verziekte politieke cultuur zullen wel niet zomaar overraken… Maar toch. Zie hen aan, de bergmensen, die in armoede en isolement altijd maar weer dezelfde fouten maken. Hun talen, hun culturen, hun godsdiensten – ze zijn een eindeloze herhaling van alle dingen, alle náre dingen ook, alle bezettingen en vetes en slachtingen. Hier heeft de beschaving zijn vernietigende werk allang gedaan.

Uiteindelijk valt de Euro. Natuurlijk. Bush is ook verdwenen. De tijd wordt vanzelf gestolen. De Balkan is niet zomaar griezelig of ongewoon. De Balkan is niet eens ons verre achterland. De Balkan is ons voorland.

Burgerbrug

Nog is de langste dag niet voorbij. Hier is water, dat aan de kim verdwijnt in de dijk, in de duisternis, zo, dat het geen water meer is. Aan de duinen is nog licht, daar is de zee, daar is zon. Tussen zon en duisternis en tussen zee en dijk is de grote sloot, die gewoon zo heet. Hier is Burgerbrug.

Aan Burgerbrug is eigenlijk alles al voorbijgegaan, behalve de langste dag. Soms rijdt er een auto, langzaam, met koplampen aan. Iemand heeft z’n brommer opgevoerd. Daar staat een man, aan de vaart, naast zijn hond.
Zie Burgerbrug. Zee is er niet, al kun je buiten soms ruiken dat de lucht zout is, en roesten auto’s er veel te snel. Water is er wel, maar dat water is recht en duister. Het riet is gekamd, gemaaid, gestreken. De gemeente stuurt daar mensen voor, de dorpelingen blijven er maar vandaan, van het riet.
De grote sloot. Een hond die kakt, en dan snuift.

Wigman dichtte: “Hier is Holland een scheur in de natuur.” Veel meer dan die regels en dat gedicht, dat eigenlijk over Petten gaat, heeft dit dorp, dit land, de Nederlandse literatuur niet gegeven. Nescio schreef eens dat hij in Eenigeburg was geweest, en later in Zijpersluis, bij het veer, dat nu niet eens meer bestaat. Hij is die ene dag vast door Burgerbrug gekomen, onderweg. Maar dat staat niet geschreven.
Er komt geen weg in Burgerbrug, geen trein, geen mens. Burgerbrug is niet eens het eindpunt van de lijn, het is zelfs niet Visvliet of Lahringen, Burgerbrug wordt simpelweg overgeslagen. Er is geen stoplicht in Burgerbrug.
Burgerbrug staat nergens.

Ik woon niet in Burgerbrug. Wat zou ik daar nog wonen. Maar in mij staat Burgerbrug. Het is mijn dorp. Ik leerde er kijken en schrijven en tekende er wel duizend keer die grote sloot, de brug, een lege kroeg. Ik schold er soms. Ik leefde daar. Zo gleed toch niet alles weg en werd Burgerbrug herinnering, mijn herinnering, en dat is toch wat waard.
Burgerbrug bestaat. Dat gaat niet voorbij.

Verrazen

De gnoe is een fascinerend beest. Ze doen meestal niets, dat wil zeggen, ze grazen en zwijgen. Soms maken ze een gek geluid. Zon is over hen, en tussen hen – ze staan op de savanne. Ze grazen de savanne af. Niet gek.
Als de dood dreigt gaan gnoes rennen, allemaal tegelijk, de ganse savanne over en dan door kloven of rivieren heen. Tientallen, soms honderden gnoes vinden bij zo’n vlucht de dood. Ze vertrappen elkaar, storten de rivier in, vallen ten prooi aan ’n hyena of ’n leeuw – alleen de sterksten, de opdringerigsten, de allerbrutaalsten blijven over.
Zo gaat de kudde verder. De gnoes grazen de savanne af.
Niet gek.

Vandaag waren er mooie gezichten op tv. Van meisjes, van buitenlanders ook. De cameramensen van de NOS laten graag meisjes en buitenlanders zien, en zeker zwijgzame, respectvolle… Het was de dodenherdenking op de Dam. De mensen staarden. Ze dachten. Een vrouw zette haar zonnebril op haar voorhoofd en keek daarna tevreden rond. Niet gek.
Er viel een dranghek. Er was een gil. De menigte begon te golven, mensen renden, naar alle straten toe, militairen sprongen zelfs opzij. Over de klinkers raasde het. Er werden herdenkers verdrukt, kinderen huilden, een meisje werd weggedragen.
Toen kwam er weer kalmte over de Dam. Het was er rustiger, stiller zelfs. De koningin kreeg een applaus. Langzaam kleurde de hemel roze en begon, te laat en minder plechtig dan gewoon, het Wilhelmus.

De evolutie heeft aardige diersoorten opgeleverd, maar blijkbaar geen perfecte. De selectie gaat gewoon door. Vertrappen moeten we, rennen, dringen, anders raken we zelf vertrapt. Is er angst, dan is er dood.  Zo ging de ganse Dam er mee vandoor.

Die gnoes, het kuddegedrag, de angst… Het beest. De dood. Van die oorlog is nog maar weinig echt voorbij.

Voorschijn

Eigenlijk blog ik nooit meer. ’t Is net alsof ik wijs geworden ben, of inspiratieloos, wat natuurlijk allebei niet erg waarschijnlijk is. Eigenlijk ben ik gewoon maar laks en te snel afgeleid. Bovendien: wat zou bloggen nog? Geluk of geld lijken van elders te moeten komen.

Dagen zijn lang geworden, dagen zijn kort geworden. En nog is het niet voorbij.

Radio heb ik gemaakt. Meer dan ’n jaar. Ik zat er tussen zwarte microfoons en raamloze muren en interviewde bekende en minder bekende mensen, vooral de laatste, en hoopte stiekem te worden ontdekt, zodat ze zouden zeggen: die jongen, dat is niet zómaar een jongen… Zoals Kees, in dat al fijne boek. Kees de jongen.

Bemind heb ik. ’t Waren lieve meisjes hoor, daar mankeerde het niet aan. Mooi waren ze ook. Als je geluk zoekt, dan zoek je het overal, maar vinden doe je het natuurlijk nergens. Zou het anders zijn, dan zouden noch de liefde noch de literatuur ver geraken. Toch mis ik het beminnen.

Misschien is ’t niet mis weer eens vaker te gaan bloggen. Over zinloze zaken wil ik schrijven, omdat ik steeds stelliger ben gaan geloven dat in het zinloze, in het nergens, het ware geluk wel schuilt. God kun je ook niet zien, liefde kun je niet beschrijven. Een blinde kun je blauw niet zeggen.
Het mysterie is aanbidding wel waard.
Laat ik het daaraan maar opdragen, mijn heruitgevonden blog. Aan de liefde. Aan al het ongekende. En aan God.

Zoiets. Meer nauwelijks. Er is genoeg dat ik heel niet zeggen kan…