Smedtsje

Het is al jaren geleden, maar de herinnering is nog vers en niet eens onplezierig. Mijn eerste college aan een Belgische universiteit was het. Ik was nog vol van alle culturele uitwisseling, ik voelde me internationaal en nog meer dan dat. De collegezaal was al exotisch. Voor het katheder verscheen een koddig ventje, iets te dik voor z’n pak, en iets te welbespraakt voor een Belg. Hij heette Willy Smedts.

De eerste weken was Willy Smedts mijn favoriete professor. Zo geestig was hij, zo eloquent. Scherp, maar mooi scherp, met zo’n fijne Brabantse tongval en oogjes als muizen.

Natuurlijk was ik geen brave student, ik had nog niks van ‘m gelezen. Eens ik dat gedaan had veranderde mijn beeld. Eloquent was ‘ie misschien, Willy Smedts, maar niet erudiet en al helemaal zijn titel niet waardig.

Later, veel later, toen ik al lang genoeg in België woonde om te moeten begrijpen dat kritiek op autoriteiten niet hielp, was ik zo eigenwijs om Smedts’ broddelwerk vilein te recenseren. Die recensie staat tot op de dag van vandaag als ’n huis, vind ik, zo ijdel wil ik best wezen. Als het om Smedts gaat is ijdeltuiterij toch niet te voorkomen.

Mijn kritiek betrof twee van Smedts’ boekjes, verplichte kost aan de KULeuven, maar vol van fouten en verkeerde veronderstellingen. Smedts haalde mijn kritiek van internet, die macht had hij toen nog, maar inmiddels woon ik weer in Nederland en maak ik gebruik van het recht op vrije meningsuiting, dat hier in de Grondwet staat.

Dag in dag uit, van woord tot woord (DIDU).
Smedts’ ridicule standaardwerk. Doel ervan is de Vlaming al zijn taalgevoel te ontnemen en hem tot een kleurloos, autistisch Nederlands te doen bekomen. Het boek is een woordenlijst met woorden en uitdrukkingen die volgens Smedts onvergeeflijk fout zijn. Smedts presenteert zijn lijstje als dé manier om je taal van haar Vlaamse kleur te ontdoen, en suggereert dus dat de “fouten” die hij in zijn boekje signaleert ook typisch Vlaams zijn.
Is dat echt zo?

Een mooie illustratie van Smedts’ kunnen wordt op pagina 24 van DIDU gegeven, bij het woord doen. Smedts signaleert veel manieren om het woord “doen” te gebruiken die volgens hem geen AN zijn. Van dit lijstje zijn de voorbeelden “Veel Amerikanen doen Europa in twee weken”, “De priester moest elke dag de mis doen” en “Karel deed zijn studies in Leiden en Londen” in Nederland echter óók gebruikelijk. Waarom zouden Vlamingen zulks niet mogen zeggen?
De redenering van Smedts lijkt te zijn dat elke figuurlijke betekenis van een woord in principe verkeerd is. Die instelling getuigt van het ontbreken van enig taalgevoel.
Een zeer beknopte bloemlezing uit Dag In Dag Uit Van Woord Tot Woord:

Op afspraak.
Volgens Smedts Vlaams. In Nederland zou je volgens hem “na afspraak” moeten zeggen. “Na afspraak” is in Nederland echter zeer ongewoon en klinkt gemarkeerd. Gebruikelijk is: op afspraak

Iemand op afstand houden.
Volgens Smedts is dit Vlaams en moet er staan: “iemand op een afstand houden.” Deze uitdrukking is echter zowel in Nederland als in Vlaanderen ongebruikelijk. Correct is dus: iemand op afstand houden.

Belangstelling trekken.
Volgens Smedts zijn zinnen als “het evenement trok veel belangstelling” typisch Vlaams en moeten ze vermeden worden in het AN. In Nederland zijn ze echter heel gebruikelijk en ik heb nog nooit iemand zich er tegen horen verzetten.

Duur kosten.
Deze uitdrukking wordt in Nederland inderdaad afgekeurd. Maar dat betekent niet dat ze niet heel gebruikelijk is in de Nederlandse spreektaal. Hier zijn Smedts’ intenties weer niet duidelijk: klaagt DIDU “Vlaamse” fouten aan, of klaagt het ook algemene fouten, contaminaties of archaïsmen aan? Een vraag die Smedts zelf niet beantwoordt.

– Een zelfde vraag rijst bij gedrieën. Smedts keurt deze vorm af en geeft “met z’n drieëen” als alternatief. Gedrieën klinkt inderdaad wat schrijftalig en een tikje archaïsch, maar is zeker niet ongebruikelijk in Nederland.

Enzovoort, enzovoort.
Smedts klaagt ook de uitdrukking excuus inroepen aan. Die is inderdaad ongebruikelijk in Nederland. In het voorwoord van Dag In Dag Uit Van Woord Tot Woord, dat sowieso van stijlfouten aan elkaar hangt, gebruikt hij de uitdrukking echter twee keer. Nee, dát is consequent!

Het grootste probleem van DIDU zit echter niet in de slechte uitvoering. Het doel van het boekje zelf is volkomen achterhaald. Vlaamse uitdrukkingen worden in Nederland dikwijls als “mooi” en “echt Nederlands” beschouwd en zullen, als ze niet al te ondoorzichtig zijn, met enthousiasme worden begroet. Veel Nederlanders gebruiken de uitdrukkingen uit DIDU juist om hun schoonheid en exotische karakter. Ook woorden als goesting kun je in Nederland soms horen. In bepaalde vakgebieden is het Vlaams zelfs de normbepaler. Luister maar eens naar een Nederlands verslag van een wielerkoers. Smedts zou waarschijnlijk schuimbekkend aan de andere kant van de radio zitten, maar het Nederlands publiek vindt al dat Vlaams juist mooi.

Taalboek Nederlands
Ook in dit werkje de gebruikelijke stijlfouten en inconsequenties. Ik zal me beperken tot het gedeelte over de uitspraak. Hier wordt duidelijk gedemonstreerd hoezeer Smedts zich laat leiden door allerhande eigen frustraties en daarmee zijn doel, namelijk aan een Vlaams publiek uitleggen hoe de Standaardtaal moet klinken, volledig voorbijschiet.
Smedts frustratie is hier, zoals wel vaker, het Nederlandse volk. Daar heeft ‘m een haat-liefde verhouding mee. Dat mag, ik heb dat ook. ’t Lijkt me alleen niet zo netjes die sentimenten te laten meespelen in je wetenschappelijke publicaties.
De klankleer ontaardt dan ook in een aanklacht tegen de Nederlandse tongval. Over Vlaamse uitspraakfouten wordt nauwelijks nog gesproken, dus zijn publiek (Vlaamse studenten)  heeft er verdomd weinig aan.

– De in Nederland voorkomende uitspraak van de woorden pseudo, Zeus met [ ui ] verdient geen aanbeveling, zegt Smedts. Dat zal wel zijn, maar in Nederland geldt deze uitspraak wél als standaard en wordt de eu-klank hier steevast fout gerekend. Vlamingen mogen natuurlijk best van een therapeut met eu spreken, maar de uitspraak met ui is zeker niet verkeerd!
– De bekende diftongering van de ee, oo en eu tot “eej”, “oow” en “euj” wordt door Smedts bestreden. Ik hoop ook niet dat Vlamingen het ooit zullen overnemen, ik vind de monoftongen hier veel mooier, maar je kunt er niet omheen dat een (matige) diftongering van deze klanken in Nederland wel als de standaard geldt. Monoftongen zijn regionaal.
– Smedts ging ook in z’n colleges al eens tekeer tegen de Hollandse uitspraak
“nuuw” in een woord als “nieuw”. Deze komt inderdaad in enkele dialecten voor. In de standaardtaal komt deze uitspraak echter niet voor, het is zelfs een van de klanken waar dialectsprekers zich heel bewust van zijn en die ze dus zeker weglaten als ze AN spreken. Dat de grote Willy Smedts ook in zijn taalboek tegen deze ongebruikelijke uitspraak tekeer gaat, bewijst wel dat hij z’n gevoel voor proporties heeft verloren.
– Uiteraard moet ook de
Hollandse g het ontgelden. Hoewel ik het met Smedts eens ben dat een stemloze realisatie niet verzorgd is, valt zijn stelling dat het onderscheid fonologisch relevant is te betwijfelen. Het aantal minimale paren is immers heel klein. Smedts voert als minimaal paar lag – lach aan. Zijn onkunde was ons kennelijk nog niet genoeg bewezen. In het Nederlands worden stemhebbende klanken aan het woordeinde altijd stemloos. Hond klinkt als hont, eb klinkt als ep en lag klinkt als lach. Als het niet zo ernstig was zou je er om kunnen lachen.
– Smedts vindt dat woorden als
politici best met -sjie mogen worden uitgesproken (onbestaand in Nederland), maar vindt aan de andere kant dat politie niet met -tsie mag worden uitgesproken (standaard in Nederland). Een redelijk argument geeft hij niet. Tja.
– Smedts stelt dat de woorden
chronisch, mechanischen Christus altijd met een [k] moeten worden uitgesproken, dus “kronies”. Deze uitspraak is in Nederland hoogst ongebruikelijk. Wel wordt meestal “kristus” gezegd, maar in orthodox-gereformeerde milieus spreekt men bewust van “Christus” (met ch-klank). Stellen dat Christus altijd met k wordt uitgesproken getuigt van weinig respect voor deze gelovigen, voor wie een uitspraak met k blasfemisch is.

Wonderlijk zijn ook Smedts’ beweringen over de frequentie van bepaalde uitspraken. Zo zou een tongpunt-r eerder in Vlaanderen, een huig-r eerder in Nederland voorkomen. De huig-r is in Nederland beperkt tot een aantal stadsdialecten en het Limburgs, de tongpunt-r is hier dus zeker de frequentste. De situatie is niet anders dan in Vlaanderen, waar de huig-r in stadsdialecten en in Limburg wordt gehoord.
Een zelfde soort stelling deponeert Smedts bij de -ch-. Volgens hem wordt in Nederland argietekt gezegd, in Vlaanderen arzjietekt. De laatste uitspraak is in Nederland echter minstens zo gebruikelijk. Wat zijn de bronnen voor deze merkwaardige beweringen?

Er lijkt geen andere lijn in Smedts’ meesterwerken te zitten dan een heel ijdele bevooroordeeldheid. Niet de wetenschap, niet het onderzoek, niet de taalkunde hebben zijn boeken gemaakt tot wat ze zijn, maar Smedts sentimenten. Niet zelden zijn die sentimenten heel valse sentimenten.

Inmiddels is het 2011. De KULeuven heeft zich van mannetje Smedts afhandig gemaakt. Hij doceert er niet meer. Maar nog liggen zijn boeken er in bibliotheken en bij studenten in de kast. Hoelang duurt het voordat de historische vergissing die Willy Smedts’ academische carrière geweest is, ongedaan wordt gemaakt?

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s