Sint-Kapottius II

Op Sint-Kapottius

Ouden, yonghen, drinkt dees wonderbaren dranck,
laeft u aen het hemelsch bier uw goedt leven lanck,
gevat in vaten vol, dat bier is onbederfelijck,
de mensch geniet het euwigh en onsterfelijck,
den drincker zal macht en rijck verbreyden,
kost hij waer en valsch noch onderscheyden,
maer zo zet Sint-Kapottius hem eenen val:
daer vliedt omhoogh het aller quaedste gal.

Op treckt op, o, razend braecksel, ziedend spuygh,
volght saem dronckmans vaen,
en ware het ye niet te ruygh?
van laagh om hoogh trekt kots vrij aen!
volght dezen brol, met trommel en trant,
borr’lend in den hooghe door mijn strottyen,
set ye woest mijnen hals in brandt,
en klatterspettert rondt int pottyen!

So dan ontving Sint-Kapottius allen macht,
knerpend langs mijn ooghen dien langen nacht,
gheen liedt en singh ick noch voor den sterken dranck,
gheen pullen en draegh ick oyt in mijnen hanck,
mijn vrienden, luystert, ghij sijt mij lief, ik seghet:
dat ghij den dranck voor euwich tersijden leghet.
ay, nu heb ick doch mijn lessyen schoon geleerdt,
den groten Sint-Kapottius heyt mij ferm verveerdt.

Jacob Cots, 1654

Advertenties

One thought on “Sint-Kapottius II

  1. Pingback: Meestnieuwnederlands (1) « Bedachte talen

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s