Vernoord

Voor Geert voelt het onwennig. De kuil die hij de afgelopen jaren zo vakkundig heeft gegraven ziet hij nu van dichtbij. Links heeft hem naar die kuil gebracht. “Je valt er zelf in,” zeggen ze, “alles wat jij over moslims hebt gezegd zal nu over jou gezegd worden.”

Het is een diepe, donkere kuil, een gevaarlijke kuil, waaruit het slecht opkrabbelen is. Wilders weet dat. Het had een moslimkuil moeten zijn. Een kuil voor die nare terroristen die ons onze vrijheid af willen nemen. Een kuil voor de islam. “Niet voor moslims, voor de islam,” had ‘ie nog gestameld, toen links begon met duwen. Wilders weet hoe diep het daar beneden is. Hij weet het dondersgoed.

De grijns van links is een rancuneuze grijns. Wat Wilders hen aan heeft gedaan, zullen ze hem eens aandoen, o zo! Niet dat ze echt gaan duwen, dat niet. Zo gek zijn ze niet blij links. Maar hem even laten zweten en spartelen, dat heeft hij toch wel verdiend. Hij krijgt gewoon z’n koekje van eigen deeg.

“Dit keer kwam de kogel van rechts hè, Geert?”

“Jullie maken misbruik van de Noorse doden,” briest Geert. “Munt slaan uit de dood van kinderen, hoe durven jullie!”

“Dat is nou die nieuwe politiek van je, Geert. We hebben goed naar je gekeken, dat wilde je toch zo graag?”
Tofik springt naar voren, hij wil nog verder gaan,  maar Boris houdt hem bij z’n schouder. “Pas op de rand,” fluistert hij, “doe geen idiote reflexen.”

De linksmensen kijken in de kuil, over Geerts schouder heen, en huiveren. Ze weten dat Geert die kuil niet voor moslims alléén gegraven heeft. Dat is wat hen nog het meest aan zijn ideologie beangstigt. Dat ‘ie tegen de multiculturele samenleving is, nou ja, dat zijn ze zelf op ’n onbewaakt moment ook wel eens. Met Emile kon je wat dat betreft best lachen. Maar bij Wilders is het anders. Hij schopt niet alleen tegen de islam, hij schopt ook tegen links. Links is oorlog, brulde hij ooit, toen Eberhard eens kritisch was geweest. “Totale oorlog” was het woord geweest, Totalkrieg. En: “Als er ooit wat gewelddadigs gebeurt tegen mij of de PVV en haar aanhangers dan weet iedereen vanaf nu dat Van der Laan en Pechtold aan een klimaat hebben bijgedragen waarin dat voor sommige gekken mede op grond van hun demoniserende opmerkingen gerechtvaardigd leek.”

“Sta je daar nog achter, Geert,” zegt Eberhard zacht.

“Ik spreek niet met jou,” sist Geert.
Het draait hem voor de ogen. Niet de rechtszaal, maar de politieke arena is de plek waar hij veroordeeld zal worden, hij beseft het nu. Alles wat hij gezegd heeft kan tegen hem worden gebruikt. De boemarang, het koekje, de kuil… oubollige spreekwoorden razen door zijn hoofd. Als iemand hem nu niet vastpakt…

“Kom,” zegt Boris, “het is genoeg geweest.”

Job pakt Geert bij zijn linkerschouder. “Neem jij rechts, Bart-Jan…” maar die schudt zijn hoofd. Dan Boris maar. Voorzichtigjes tillen ze de boze leider weg van zijn kuil. Het leven heeft hem, goddank, iets geleerd.
Dat denken ze tenminste.

Een nota voor België

“Hoe moet dat nu nog verder,” hoor je in België wel verzuchten, nu de regeringsvorming voor de zoveelste maal, na wat dagen van hoop, is stukgelopen. De mogelijkheden zijn al vaak genoeg opgesomd: verkiezingen, toch regeren zonder N-VA, of nog maar eens een voorstel doen. Stilaan is geen van die mogelijkheden nog maar een beetje geloofwaardig. Tegelijkertijd krabben de kredietbeoordelaars aan de poorten van België. Als deze impasse niet wordt opgelost, komt België definitief in het rijtje van Griekenland en Portugal te staan. Niet dat het land daar nu nog ver vanaf staat. De schulden zijn te hoog en op een oplossing is geen zicht meer. Hoe moet het nog verder?

Het debat in België is over het algemeen niet ontzettend inhoudelijk meer. Er wordt met modder gegooid, er wordt gescholden, er worden kiezers gepaaid en kiezers miskend, en zo duikelen we van de ene crisis in de andere. Oplossingen zijn allang geen onderdeel van het debat meer. Over oplossingen wordt simpelweg niet gesproken.

Misschien zou het een aardig initiatief zijn als een ieder die ’n beetje schrijven en denken kon zijn persoonlijke nota op het internet zou zwieren. Wat zouden míjn oplossingen zijn, en wat zouden de oplossingen van anderen die zich over de politieke crisis zo’n zorgen maken, eigenlijk zijn? Niet sakkeren, maar schrijven moeten we. Niet de vinger wijzen, maar de weg.

De Nota Plaas

Ik ben een liberaal. Niet van het conservatieve, wat koddige type dat je nogal eens in Nederlandse kranten ziet, liever niet zelfs. Ik ben wat wel “radicaal-liberaal” of “links-liberaal” genoemd wordt, al klinkt “sociaal-liberaal” nog het vriendelijkst. Ik geloof in vrijheid en gelijke kansen, de fundamenten van het liberalisme, maar ik vind wel dat de overheid de vrijheid en de gelijke kansen actief moet bevorderen. De overheid mag niet te groot zijn, maar stellig ook niet te klein. De overheid moet zorgen dat alle burgers van het land, België in dit geval, in vrijheid kunnen leven en dat zij allemaal dezelfde kansen krijgen om zich te ontplooien, op alle mogelijke manieren.

België heeft een oude, liberale grondwet, waar door de jaren heen zo veel aan versleuteld is dat het liberale er eigenlijk niet meer aan af te zien is. Over de vrijheden in België wordt wel eens kritisch gedacht, en gevallen van censuur zijn natuurlijk ook heel kwalijk, maar over het algemeen denk ik dat het met de vrijheden van de Belgische burger nog wel goed zit. België is wat dat betreft een beschaafd Europees land. Een veel groter probleem rijst er bij dat andere liberale fundament, de gelijke kansen voor iedereen. In het België van nu maakt het nogal uit waar je geboren wordt. In Wallonië is het onderwijs anders dan in Vlaanderen, terwijl juist onderwijs hét middel is om gelijke kansen voor iedereen te creëren. Ook andere factoren maken dat een Waalse baby minder kansen heeft dan een Vlaamse. Dat is wat mij betreft een onzaligheid die verholpen moet worden. Daarom, mijn eerste eis: het onderwijs moet federaal worden geregeld, alle Belgen moeten hetzelfde leren op school, en ze moeten dus ook allemaal Nederlands én Frans leren. Tweetaligheid zou in België vanzelfsprekend moeten zijn. Dat is de eerste stap op weg naar een liberaal België.

De Flaminganten die nu nog niet zijn afgehaakt, zullen misschien denken: hij steunt die Walen nogal, wat is dat voor een liberaal? Inderdaad is Wallonië in zijn huidige vorm een regelrechte nachtmerrie voor iedere liberaal. De staat is er niet alleen te duur en te onverantwoordelijk, maar ook veel te groot. Overheden moeten kleiner, en het moeten er niet te veel zijn. Wat dat betreft hebben de Vlamingen al het goede voorbeeld gegeven door de gewestregering en de gemeenschapsregering te laten fuseren, al zit in dat initiatief misschien wel weer een dubbele bodem die zo liberaal niet is, dubbele bodems zijn er veel tegenwoordig. Hoe dan ook, mijn tweede eis is: minder regeringen. De provincies kunnen desnoods wel worden afgeschaft, dan blijven de gewesten over. De gemeenschapsregeringen kunnen ook wel weg. Brussel en de Oostkantons worden dan maar gewoon nieuwe gewesten. Als ze ’t willen mogen de West-Vlamingen ook wel een eigen gewest, zo gul wil ik nog wel wezen. Als er aan de huidige chaos maar een einde komt. De nieuwe gewesten nemen de taken van de provincies over, en zullen verder nog geld besteden aan cultuur, gewestelijke infrastructuur en nog zo van die dingen, die prima decentraal kunnen. De gewestelijke regeringen worden met directe vertegenwoordiging verkozen.

De federale regering wordt in België tegenwoordig op een ronduit bizarre manier verkozen, die ongrondwettelijk en zelfs niet echt democratisch is. Waalse stemmen wegen meer dan Vlaamse. Belgen mogen niet op eender welke politieke partij stemmen, maar alleen op partijen uit hun streek. Als je in Brussel en omgeving woont mag je dan weer wel stemmen op wie je wil, maar daar is een hoop onenigheid over. Wat mij betreft wordt het advies van de Pavia-groep overgenomen: er komt gewoon één federale kieskring, iedereen mag stemmen op wie hij zelf wil, en elke stem zal evenveel waard zijn. De federale regering zal bestaan uit federale partijen die het landsbelang dienen.

België heeft een koningshuis. Dat heeft de nodige voordelen en het staat wel leuk op de muntjes, maar het is wat mij betreft geen grote noodzaak en geen zaak waar de belastingbetaler in investeren moet. De Belgische koninklijke familie is in staat te rentenieren. De dotaties kunnen dus per direct worden afgeschaft. Eventueel betaalt de Belgische staat nog portretrecht over die muntjes, maar meer hoeft het echt niet te zijn. Wel moet er voor de veiligheid van die mensen worden gezorgd, maar goed, dat doet een goede overheid voor al haar burgers.

De veiligheid is in België nogal een probleem. De gevangenissen zitten overvol, waardoor straffen onredelijk veel verkort worden. De gevangen zelf maken nog wel wat ruimte, ze ontsnappen bij bosjes, maar dat deugt natuurlijk ook niet erg. De federale overheid moet hier flink in investeren, bezuinigingen of geen bezuinigingen. Uiteindelijk is de bouw van nieuwe norren ook wel weer goed voor de economie.

Er is nog een ander groot bouwproject dat niet meer kan worden uitgesteld: de Belgische infrastructuur is achterhaald, onveilig en verstopt. Er moet worden geïnvesteerd in nieuwe wegen zonder lintbebouwing. Hiervoor zal er wellicht ook onteigend moeten worden, wat nu erg moeilijk is in België. Ik ben liberaal, dus ik gun mensen hun eigendommen en vind dat de overheid daar niet zomaar aan mag komen, maar af en toe ben ik ook reëel. Er zijn linten die echt beter plat kunnen. Met name in de Vlaamse Ruit is de verrommeling de charme echt wel voorbij. Grote investeringen dus, ondanks de nood aan bezuinigen: het zal zich uiteindelijk terugbetalen.

De federale overheid moet bezuinigen, heel veel zelfs, want een liberaal België kan niet bestaan met de belastingdruk die er nu is. Die is gewoonweg ongezond hoog, daarover zijn deskundigen uit binnen- en buitenland het over eens. De overheid zal dus minder moeten innen en vooral ook minder moeten uitgeven. De staatsschuld moet binnen een redelijke termijn onder de 60% van het BBP komen (Maastrichtnorm).

Staatsbedrijven moeten worden geprivatiseerd, met dien verstande dat privatiseren met beleid gebeuren moet, en niet lukraak. Zeker bij de spoorwegen – nu al geen toonbeeld van veiligheid – kan zo’n privatisering verkeerd uitpakken als de staat geen duidelijke regels stelt. Nu zal privatisering in de praktijk het einde van de NMBS betekenen, en moet er dus goed gesproken worden met de nieuwe spooraanbieder, of dit nu de NS, DB of SNCF zal zijn.

Privatiseren is natuurlijk niet genoeg. De uitkeringen kunnen ook flink goedkoper. Korter moeten ze worden, oplossingsgericht, niet langer zo vanzelfsprekend als nu. De pensioenleeftijd moet omhoog. De gezondheidszorg moet naar Nederlands voorbeeld worden hervormd. En, belangrijk: de overheid moet in het eigen vlees durven snijden. De provincies verdwijnen, dat is goed, maar ook de gemeenten moeten goedkoper worden. Ambtelijke machines kunnen met minder personeel ook wel draaien.

Het nieuwe België zoals ik dat voor me zie verschilt nogal van het land dat daar nu ligt. Het zal een liberaal België zijn, soms harder, maar ook eerlijker en in elk geval betaalbaarder. Het zal een pluriform land blijven, sterker nog, het zal misschien nog wel pluriformer worden dan het nu is, want de kleine overheid die ik voorsta is wars van centralisme en bemoeienis.
Niet iedereen zal het een beter België vinden. Mijn voorstellen zijn natuurlijk ook helemaal geen compromis, dat kan er pas komen als er andere voorstellen naast zijn gelegd. Als er een compromis komt, dan hoop ik toch wel dat het een liberaal compromis wordt. Belgen verdienen die vrijheid en die gelijkwaardigheid.

De Flamingant zal onderhand natuurlijk al wel met lezen gestopt zijn. Ik stop met schrijven. Het is aan de anderen nu.