Van de trap af glijden

Eén van die vragen die in al die debatten van tegenwoordig terugkeert is de vraag of er wel zoiets als een nationale identiteit bestaat. Die vraag wordt vaak bevestigend beantwoord door te wijzen op culturele verschillen tussen Nederland en België. Zie, we zijn anders, dus we bestaan. Het is geen geldig argument, vrees ik. Dat Nederlanders anders zijn dan Belgen betekent nog niet automatisch dat er een nationale identiteit bestaat. Identiteit kan ook regionaal zijn, kijk maar naar België, waar Vlamingen en Walen ook zo hun identiteit en wederzijdse vooroordelen hebben.
Vlamingen vinden dat Nederlanders (“Hollanders”) betweterig zijn, op hun geld zitten en veel te serieus in het leven staan. Als ze dan toch iets positiefs moeten zeggen dan noemen ze ons organisatietalent. “Calvinsme é,” wordt er verklarend achteraan gezegd. Maar de Walen vinden de Vlamingen op hun beurt betweterig, ze zitten maar op hun geld daar in het noorden, ze zijn er geen echte bon vivants, maar toegegeven, het is er wel allemaal wat beter georganiseerd. Walen, kortom, kijken naar de Vlamingen zoals de Vlamingen naar Nederlanders kijken, en andersom kijken de Nederlanders naar de Vlamingen zoals zijzelf naar de Walen kijken.

Hellend vlak
Belgen lijken meer op ons dan Fransen en Fransen lijken weer meer op ons dan Italianen: hoe verder van huis, hoe vreemder het volk. Er is dus een hellend vlak: Noord- en Zuid-Europa verschillen (dat zien we ook in die eurocrisis terug), maar die verschillen lopen niet noodzakelijk met landgrenzen gelijk. Friezen lijken minder op Belgen dan Limburgers dat doen, en Hamburgers zijn echt veel Noord-Europeser dan Münchners. Dit hellend vlak is er eeuwen geweest. Het is een continuüm.

In het prentje heb ik een denkbeeldige as tussen Zweden en Italië gelegd, een kromme as, want het leek me leuk via ons eigen landje te gaan. Noord-Zweden zijn anders dan Zuid-Zweden, en in Schonen (zuidelijk Zweden) lijken de mensen alweer meer op de Denen. De Denen lijken weer meer op Noord-Duitsers dan op Zuid-Duitsers en dus ook meer op Nederlanders dan op Belgen. In België zelf is er ook dat verloop van noord naar zuid. Dat bestaat in het grote Frankrijk trouwens ook, en zelfs in Italië: rond Milaan is het allemaal nog redelijk georganiseerd, in Rome is het al heel Zuid-Europees en ergens ter hoogte van Napels begint Afrika. Griekenland ligt trouwens nog weer zuidelijker.
Dit hellend vlak is niet zo strak als ik hier heb voorgesteld. Er zijn verschillende centrumgebieden met een grote culturele invloed, die afneemt met de afstand, maar niet altijd op dezelfde manier. De uitstraling van Parijs is natuurlijk veel groter dan die van Amsterdam of Kopenhagen. Wel veronderstel ik dat de uitstraling van Kopenhagen in Schonen merkbaarder is dan die van Stockholm. De verschillende invloedssferen lopen geleidelijk in elkaar over. Zo is het eeuwen geweest en zo was het goed. Dit is het echte Europa.

Naar een nieuw model: de trap
Al ergens in de tijd van de renaissance, maar pas echt merkbaar vanaf de 19e eeuw, is de trap ontstaan. Het continuüm wordt afgebroken. Was het middeleeuwse Europa één groot hellend vlak met honderdduizend invloeden en eigenlijk geen leidcultuur, daar raakte Europa in de nieuwe en nieuwste tijd meer en meer verdeeld in natiestaatjes. In de 19e en 20e eeuw werden grenzen strakgetrokken en werd al die menging stilaan teruggedrongen.
In de 19e eeuw sprak in Vilnius bijna niemand Litouws, in die stad woonden joden, Polen, Duitsers en Wit-Russen. Nu is het de hoofdstad van Litouwen en is die hele multiculturaliteit overboord gesmeten. Zo zijn er talloze steden in Oost-Europa. In West-Europa zien we hetzelfde. Denk maar aan de taalgrens in België, aan acties als “Leuven Vlaams” (waar de Franstalige delen van de universiteit werden afgestoten en Walen moesten uitwijken naar een nieuwe stad wat kilometers over de taalgrens). Een harde trap is het.
Het continuüm verdwijnt langzamerhand, de trap komt er voor in de plaats. Zo ontstaan kunstmatige nationale identiteiten.

Ik houd niet van de trap. Ik houd van dat verglijden van karakters, van dat diffuse, oude Europa, wat je ironisch genoeg in Duitsland nog vindt, omdat de Duitsers wars zijn van centralisme. In Nederland zijn we al een eeuw op de Franse toer. Waar er vroeger een continuüm was met onze buurlanden – die Tukkers waren wat Duitser en de Brabanders wat Vlaamser – daar wordt nu iedereen geacht zich op de Randstad te richten, en anders wel op Amerika. Ik ben daar tegen. Centralisatie is in feite politiek nationalisme.

Hopen op een golfbeweging?
Culturele veranderingen meanderen nogal. Het is als mode: er zijn steeds golfbewegingen. Dan zijn we weer individualistisch, dan weer niet, in dat decennium waren we internationaal georiënteerd, in dat andere weer wat minder. Je zou dus kunnen hopen op een tegengestelde beweging, die er naar streeft het continuüm te herstellen. Ik denk dat die beweging er is geweest en dat de Europese Unie daar een resultaat van is, maar dat de moderne tijdsgeest anders wil. Dat is slecht nieuws voor de EU, die kennelijk van modes afhankelijk is. Maar het is ook slecht nieuws voor ons. Dat hellend vlak is echt veel beter dan die trap. Ik ben dus graag de tegengolf, desnoods in mijn eentje.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s