Neerlandiziek

In het onvolprezen cultureel tijdschrift Ons Erfdeel heeft René van Stipriaan, het genie achter de prachtsite dbnl, zich kwaad gemaakt over de hedendaagse neerlandistiek. Het is goed dat iemand zich daar eens in het openbaar kwaad over maakt. Ik maak me er ook dikwijls kwaad over, maar ik ben niet zo openbaar. Wat ook weer jammer is.

Van Stipriaan zet in zijn artikel in Ons Erfdeel uiteen hoe de neerlandistiek zich de voorbije decennia ontwikkeld heeft. Hij gaat vooral op de Nederlandse situatie in, maar wat hij schrijft geldt ook voor de situatie in Vlaanderen, zoals het minder mooie weekblad Knack terecht opmerkt. Behalve Knack heb ik er trouwens nog geen andere grote pers over weten schrijven, dus blijkbaar is zelfs René van Stipriaan niet openbaar genoeg.

Van Stipriaan stelt vast dat de moderne neerlandistiek nauwelijks nog ambitieus is. Het gaat niet meer om de grote wetenschap, er worden geen bakken geschiedenis over de studenten uitgestort, het gaat allemaal allang zo diep niet meer. Tegelijkertijd is de site van dbnl, waar het wél diep mag gaan, een succes: de site wordt druk bezocht door ’n breed, blijkbaar geïnteresseerd publiek. Dat publiek zoekt veel minder z’n heil op de letterenfaculteiten, en Van Stipriaan begrijpt wel waarom. Er is gewoon niks meer aan.

Zelf kom ik ook graag op die mooie, overvolle website, waar je nog degelijke artikelen en talloze oude boeken terug kunt vinden. Wát een bibliotheek. Toen ik nog Nederlands studeerde stond er minder op, maar toen was ik er ook al gek van. Er viel meer te leren dan in de collegebanken. Want wat Van Stipriaan voorzichtig vaststelt, heb ik al vaker, bozer vastgesteld: de studie Nederlands is tot een soort speelkwartier voor mooie meisjes die wel ‘ns ’n boek lezen verworden, met echte wetenschap heeft ’t allemaal nauwelijks nog van doen.

Van Stipriaan wil dat de neerlandistiek weer ambitieuzer wordt. Laat taalkunde en letterkunde weer samensmelten, betoogt hij. Daar ben ik het dan weer niet mee eens. Ik ben zwartgalliger dan hij: hef die hele neerlandistiek maar op, dat vak is toch z’n geloofwaardigheid al kwijt. Zorg dan wel dat ervoor in de plaats een échte studie taalkunde komt, die zich niet door één taalgebied beperkingen op laat leggen, maar die diep en precies op alle talen van de wereld ingaat, van Chinees tot Fries en van Hongaars tot Hixkaryana. Voor de letterkunde hetzelfde: niet alleen Reve, maar ook Huysmans, niet alleen Nescio, maar ook Lu Xun. En Cornelis van der Wal, natuurlijk.

Ondertussen worden de laatste restjes neerlandistiek verder onttakeld. Bezuinigen is het toverwoord, visie en ambitie zijn achterhaald. Dáárom is Van Stipriaans pleidooi zo onopgemerkt gebleven: het past niet meer in deze tijd. Universiteiten zijn scholen geworden, blije oorden voor blije tieners, en met diep graven, of ’t nu binnen één taalgebied is of algemener, zoals ik zou willen, kom je dat verval niet meer te boven.

Laat ze lezen, schrijft Van Stipriaan. Laat ons op dbnl maar lezen dan. Allemaal. Niet dat autodidact zijn wél van deze tijd is – integendeel – maar voor onze gemoedsrust is het zo beroerd nog niet. Vooral niet als we bij het lezen bedenken dat er ook nog anderen zijn, die lezen willen, al is het dan niet in het openbaar.

Advertenties

3 thoughts on “Neerlandiziek

  1. Pingback: Cornelis van der Wal - Van Chinees tot Fries

  2. Ik ben het niet met u eens en u heeft u slecht geïnformeerd.

    Ik kan als huidige masterstudent Nederlands (Universiteit Utrecht) mijn opleiding niet vergelijken met die uit jullie tijd en ik vraag mij af waarom jullie dat omgekeerd wel zo goed kunnen, zonder een bij mij bekende functie in het huidige universitaire onderwijs. Vooral in uw stuk vind ik geen enkele bewijslast (en dat is niet best voor een betoog van een neerlandicus…) voor de teloorgang van de studie Nederlands. Bovendien heeft de (fraaie) website van dbnl m.i. weinig te maken met deze ‘vroeger-was-alles beter-discussie’. En als dat medium al raakvlak zou hebben met de studenten Nederlands: Waar zouden al die “jaarlijks meer dan twee miljoen unieke bezoekers” toch vandaan komen?

    Ik ben van mening dat een student Nederlands tegenwoordig zijn/haar bachelor misschien dan wel kan doorlopen, zonder hiervoor áltijd het onderste uit de kan te hoeven halen, maar in de masterfase ontkomen de neerlandici hier niet langer aan. Voor beide fases geldt overigens in ieder geval dat het de student is die het verschil kan maken, door ambitieus te zijn en gedisciplineerd te studeren. En voor de duidelijkheid: de mogelijkheden én capabele docenten hiervoor zijn echt meer dan voldoende aanwezig. Neem daarbij van mij aan: van die mogelijkheden wordt gebruikgemaakt.

    Daarbij speelt ook mee dat deze generatie relatief veel minder studiefinanciering ontvangt dan pakweg twintig, dertig jaar geleden en derhalve genoodzaakt is om bij te verdienen. Van hen wordt door de arbeidsmarkt tegenwoordig bovendien verlangt dat ze bestuurs- en/of buitenlandervaring opdoen.

    Met mijn aantijging dat u slecht geïnformeerd bent, doel ik enerzijds op de inhoud van de bachelorfase, waarin wel degelijk een goede intergratie van taalkunde in de literatuur plaatsvindt. Anderzijds zinspeel ik op de enige (voltijd) literatuurmasters die de UU sinds dit jaar aanbiedt voor de neerlandici, te weten: ‘EUROPESE letterkunde in de Middeleeuwen en Renaissance’ en ‘EUROPESE literatuur en cultuurkritiek’. Ook de taalwetenschapsmasters, die goed aansluiten op de bachelorfase, zijn hoofdzakelijk, zelfs per definitie, gericht op meer dan één taalgebied. Wat is het voor een ridicule gedachte, dat de studie Nederlands of de Nederlandse taalkunde in het bijzonder zich door één taalgebied beperkingen op laat leggen, en dat in een tijd waarin de theorieën van Pinker en Chomsky al zo wijdverbreid zijn.

    Grappig detail: in Utrecht wordt voor Vroegmoderne literatuur in de bachelorfase wordt nog altijd uitvoerig gebruikgemaakt van Van Stipriaans ‘Het Volle Leven’, over de ontwikkeling van cultuur en literatuur in de Nederlanden, in Europees perspectief.

    Ondertussen zijn het faculteitsbureau, de faculteitsraad, de opleidingsdirecteuren en alle andere opleidingsgerelateerde organen er op de faculteit Geesteswetenschappen van de UU heel hard mee bezig om de bezuinigingen zoveel mogelijk bij het onderwijs vandaan te houden. Als voormalig studentvoorzitter van de opleidingscommissie weet ik hier veel van.

    Daarnaast weet ik dat ook de bacheloropleiding Nederlands en in ieder geval ook enkele masters van Nederlands in Leiden evengoed van behoorlijk niveau zijn.

    Ik snap dus in de verste verte niet waar u uw opvattingen vandaan haalt. Uitspraken als ‘hef die hele neerlandistiek maar op, dat vak is toch z’n geloofwaardigheid al kwijt.’ slaan werkelijk nergens meer op als je inziet hoe weinig plausibele argumenten u eigenlijk aanvoert. Het is misschien maar beter dat u voorlopig ook nog maar even niet ‘openbaar wordt’.

  3. Dank voor uw reactie. Jammer dat u de argumenten persoonlijk wil maken. Dat past toch niet in ’n academisch discours. Op de man spelen zou u dus beter laten. Zeker ook omdat uw aanname dat ik decennia geleden Nederlands zou hebben gestudeerd en dus niet geïnformeerd ben niet klopt. Mijn ervaringen komen juist uit het zeer recente verleden (tussen 2006 en 2010). Ik heb zowel in Leuven als in Amsterdam gestudeerd.

    Bij de huidige studie Nederlands is zeker aandacht voor literatuur van buiten Nederland en ook voor talen buiten de Nederlandse, maar het is te summier om van een echte internationale studie te spreken. In Leuven was er nog het verplichte vak “Europese Letterkunde” (eerste jaar), waarvoor hulde, in Amsterdam ontbrak zelfs dat. Daar ging men bij de taalkunde niet alleen nauwelijks op merkwaardige typologische verschijnselen wereldwijd in, zelfs voor het Nederlands zelf lag de nadruk sterk op het Nederlands in Nederland, waar in België juist op beide varianten (dus Belgisch-Nederlands en Nederlands-Nederlands) zeer uitvoerig werd ingegaan. Voor de zelfkritiek van Knack valt genoeg te zeggen – er is ’n boel mis op de Belgische universiteiten – maar als er dan toch ’n vergelijking met Nederland gemaakt moet worden pakt die voor de Nederlandse neerlandistiek niet best uit.

    Een voorbeeld uit de praktijk: Middelnederlandse Letterkunde, ’n prachtig vak (zij het wat in moeilijkheden omdat er verder niet veel aandacht voor het Middelnederlands zelf was, historische taalkunde is uit), werd door de bewuste docent met passie en kennis van zaken gegeven, daar lag het niet aan. Toen het tentamen naderde bekende hij echter dat dat zeker niet te moeilijk zou wezen, want als er een te groot percentage zou zakken zou dat voor hemzelf nadelig zijn. Omlaag ging de lat.
    Kennis is er zeker wel op de faculteiten, maar de ambities liggen te laag. Het “systeem” werkt dat in de hand. Dat is wat Van Stipriaan vaststelt en wat ik zelf onderschrijf.

    Overigens, het mag verder geen argument wezen hoor, is het óf “u hebt u slecht geïnformeerd” óf “u heeft zich slecht geïnformeerd”, niet iets daar tussenin. Ook bij de normatieve taalkunde ligt de ambitie kennelijk maar laag.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s