Twaalfstedenkoorts

Van vorst krijgen Nederlanders het warm. Met het vriesweer van vandaag en het vooruitzicht dat de temperatuur voorlopig nog wel onder nul blijft ook loopt de traditionele Elfstedenkoorts hoog op. Natuurlijk zijn er ook de obligate opgeheven vingertjes, dat het voorbarig is, dat niks zeker is, maar die opgeheven vingertjes zijn al evenzeer onderdeel van de folklore. De Tocht der Tochten zingt door de media en door de Nederlandse hoofden.

De Elfstedentocht is behalve een Nederlands natuurlijk ook een Fries evenement. Zo’n Âlvestêdentocht is voor veel Hollanders gelegenheid om hun Fries wat op te poetsen. Ineens weet iedereen weer dat Sloten eigenlijk Sleat heet. Komiek zijn de pogingen om Bartlehiem met een Friese tongval uit te spreken, met een zware rollende r zelfs. De r in Bartlehiem wordt in het Fries helemaal niet uitgesproken!

Al die aandacht is de Friezen natuurlijk gegund. De Friese zaak gaat mij heus aan het hart. Maar toch zou ik het leuk vinden als we er hier in het westen eens iets tegenover konden zetten. Een Noord-Hollandse tocht, liefst, want ik woon in Alkmaar. Wat ronddwalen op Wikipedia leerde me dat zo’n tocht zelfs heeft bestaan. De Twaalfstedentocht, jawel. In de 17e eeuw is ‘ie al ‘ns gereden, in 1822 nog ‘ns, daarna nooit meer.

De Twaalfstedentocht is een onwaarschijnlijke tocht: de route leidt over het gigantische Markermeer, dat maar zelden dichtvriest. Hoe dan ook is echte vrieskou zeldzamer zo dicht aan zee. Noord-Holland is een schiereiland. Maar toch, maar toch. Het klinkt wel als iets prachtigs. De Twaalfstedentocht.

De historische tocht begon in Zaandam en eindigde in Alkmaar. Zaandam had toen alleen nog geen stadsrechten, dus pas van Haarlem begon men met tellen. Hoewel ik van Zaandam houd, vrees ik dat die stad in een moderne versie toch niet kan worden meegenomen, want van Zaandam het Noordzeekanaal over – dat gaan de ijsbrekers niet toestaan. Dan maar in Haarlem van start, op het Spaarne liefst, dat geeft ook mooie plaatjes. Dit is de route:

  • Haarlem
  • Amsterdam
  • Weesp
  • Naarden
  • Muiden
  • Monnickendam
  • Purmerend
  • Edam
  • Hoorn
  • Enkhuizen
  • Medemblik
  • Alkmaar

Deze tocht is zwaarder dan de Friese tegenhanger. Ik schat dat er een kilometer of 300 geschaatst zal moeten worden, over grote ijsvlaktes met de nodige wind. Vooral de tocht van Hoorn via Enkhuizen naar Medemblik gaat zeer doen. Eventueel zou er een nieuwe route gevonden kunnen worden waarbij Enkhuizen niet wordt aangedaan, dan kan er binnendoor naar Medemblik geschaatst worden en daarna via Schagen naar Alkmaar, om toch tot twaalf steden te komen. Maar ja, dan maak je de tocht wel weer net iets minder heroïsch.

Toch zie ik het zitten. Een extra stempelpost op Pampus, wat een plaatjes gaat dat opleveren! Als het maar genoeg vriest moet het lukken. In 1822 deden ze er nog 24 uur over, maar met de moderne technieken kan het vast iets sneller. Goed voor op tv. En dan natuurlijk die finish in Alkmaar. Daar ben ik bij.

Wie mee wil denken: reageer gerust! Wie weet komen we zo nog tot betere ideeën, opdat de Twaalfstedentocht herleve.

Advertenties

Een anti-Vlaams complot

Op internet valt altijd wel wat te beleven. Op webfora worden de eigenaardigste complottheorieën verspreid. Die theorieën zijn meestal onschuldig. De mensen die ze bedenken hebben over het algemeen geen macht en ook niet genoeg verstand om macht te verkrijgen. Amusant blijft het natuurlijk wel.

Gisteren werd ik attent gemaakt op een nieuwe website in dit genre, waarop wordt uiteengezet hoe Nederland de Antwerpse haven blokkeert. Het is geweldig proza. Een paar citaatjes kunnen geen kwaad, er mag wel eens meer gelachen worden op dit blog.

In 1585 leidde het afsluiten van de Schelde door Nederland tot de Val van Antwerpen. Abrupt werd er een einde gemaakt aan de bloeiperiode van de 15de – 16de eeuw, ook wel de “Gouden Eeuw van Antwerpen” genoemd.

De Val van Antwerpen, daarmee is de toon gezet: de dramatische geschiedenis van arm Vlaanderen, onderdrukt door gemene buurvolkeren, wordt er meteen door in herinnering gebracht. Die geschiedenis is zelf al een mythe – de tijd van Rubens en Quellinus kan nu niet meteen een duistere tijd genoemd worden – maar dat het allemaal de schuld van de Nederlanders was is een wel heel merkwaardige lezing. De Val van Antwerpen was een Spaanse overwinning, een Antwerpse overgave en een Noord-Nederlands verlies. Dat de haven vervolgens werd afgesloten was militaire strategie, geen Vlamingenhaat en zelfs geen economisch opportunisme. Maar dat verhaal is natuurlijk te genuanceerd voor complotdenkers, nee, het was opzet allemaal, Nederlandse kwaadaardigheid.

Het stuk gaat verder:

Wie dacht dat daarmee een einde was gekomen aan de politiek van Nederland om de ontwikkeling van onze Vlaamse havens te dwarsbomen, had het mis.

Die gemene Nederlanders toch! Nadat ze de arme Vlamingen de Val van Antwerpen hadden aangedaan waren ze in1863 weliswaar gestopt met het heffen van tol op de Westerschelde (wat volgens het stuk gelijk staat aan een blokkade), maar ze zouden geen Nederlanders zijn als ze niet met nieuwe, snode plannen waren gekomen:

In juli 2011 besliste de Nederlandse regering namelijk een belangrijk luik van de Scheldeverdragen niet uit te voeren: de ontpoldering van de Hedwigepolder. Deze houding is onaanvaardbaar en legt een zware hypotheek op onze haven.

Het gaat natuurlijk om die omstreden verdragen, die op nog oudere verdragen teruggaan en die in den beginne de scheiding van België en Nederland regelden. Pardon, Vlaanderen, want de term “België” wordt in het stuk zorgvuldig ontweken. Dat zal wel met weer een ander complot te maken hebben.

Het was te verwachten dat dit dossier de complotdenkers nog eens op hun paard zou zetten. Nederland heeft de Westerschelde weliswaar uitgediept, om grote zeeschepen zo toegang tot de haven van Antwerpen te verschaffen, maar het onder water zetten van stukken landbouwgrond, teneinde de natuur te compenseren, ligt moeilijk bij de Zeeuwse bevolking. Daarom zoekt Nederland naar alternatieven. Dat is verschrikkelijk, volgens de complotsite. Nederland jaagt Vlaanderen daarmee doelbewust op extra kosten, allemaal om de haven van Antwerpen in gevaar te brengen. Sterker nog:

de geloofwaardigheid van Vlaanderen staat op het spel.

Die Nederlanders durven wel. Niet alleen verwoestten ze in het verleden expres de Antwerpse Gouden Eeuw, ze houden tot in de 21e vol de Antwerpse haven met gemene trucs te blokkeren en en passant zetten ze de Vlaamse geloofwaardigheid op het spel. Nu gaan ze in de wereld vast anders over de Vlamingen denken!

Maar gelukkig heeft iemand het complot doorzien en wordt er nu eindelijk actie ondernomen. Op de bewuste website kunnen boze bezoekers boze brieven sturen naar de Europese Commissie, die zal er wel wat aan doen.

Wie zou het toch zijn, die deze onzin op het internet slingert? Zou het weer zo’n overspannen forummer zijn? Belgische media hebben de Boze Belg opgespoord. Het is een vrouw, schrijft Het Nieuwsblad. Het bizarre is: ze is geen onbekende. Annick De Ridder heet ze, en ze is lid van het Vlaams Parlement, voor OpenVLD, de plaatselijke liberale partij. Eerder riep ze al op om de Zeeuwse mosselen te boycotten om zo de gemene Nederlanders terug te pesten, nu is er dus deze tekst. Iemand met invloed, iemand met macht – maar is ze ook iemand met verstand?

Eén ding heeft ze alvast goed gezegd: de Vlaamse geloofwaardigheid staat inderdaad op het spel.

Bijvoegtoon

Als beloofd kom ik nog even terug op de kwestie van de bijgevoegde naamwoorden, waar ik in ’n eerder blog, dat eigenlijk vooral over spelling ging, al een en ander over heb geschreven. Er valt namelijk nog wel meer over te zeggen, zeker als je gaat kijken naar een aantal verschillen in klemtoon tussen Hollands, Vlaams en Duits. Over klemtoon heb ik het trouwens ook al eens eerder gehad. De helft van het leven is herhaling.

In mijn blog van verleden week waagde ik me aan de stelling dat het Vlaams, of correcter het Zuid-Nederlands, vanouds meer gebruik maakt van de mogelijkheid nieuwe woorden te maken op basis van een bijvoeglijk naamwoord en een zelfstandig naamwoord. Kortverhaal is daar een mooi voorbeeld van. Nederlanders zeggen liever een kort verhaal, maar Vlamingen kunnen toe met kortverhaal, dat verdacht veel lijkt op het Duitse Kurzgeschichte en daarom ook vaak als “Duitse invloed” is bestempeld. Mijn stelling is: in Vlaanderen is dat geen Duitse invloed, daar zijn zulke woorden zeker inheems. Voor het Noord-Nederlands geldt dat iets minder.

Nu zal al snel tegengeworpen worden, dat er ook in het “Hollands” een aantal van dit soort samenstellingen voorkomt, en er is niet echt reden die als Vlaamse of Duitse leenwoorden te zien. Vrijgezel is toch heus een samenstelling van het bijvoeglijk naamwoord vrij en het zelfstandig naamwoord gezel.

Natuurlijk noem ik dit tegenargument niet zomaar. Ik ben zo sluw om in dit tegenargument een argument vóór mijn stelling te zien. De uitspraak van dit woord door Hollanders verschilt van de uitspraak die in Vlaanderen gewoon is:

Hollands: vrijgezél
Vlaams: vríjgezel
Duits: Júnggeselle

De Duitse vorm, die weliswaar met jung en niet met frei begint, heeft dezelfde structuur als de Nederlandse. De klemtoon komt perfect overeen met de Vlaamse. Dat is bij meer van dit woorden zo. Elk jaar verbaast er zich wel eens een Vlaming over Hollanders die nieuwjáár zeggen, en die Nederlander vindt ’t dan weer apart dat Vlamingen níeuwjaar zeggen. In het Duits is Néujahr gebruikelijk, maar naar het schijnt komt Neujáhr ook voor. Een noordelijke afwijking?

De woordvorming volgens de regel bijvoeglijk naamwoord + zelfstandig naamwoord is in het Duits productief en Duitsers zullen dat soort samenstellingen altijd “op z’n Vlaams” beklemtonen. Rótkäppchen. Ik ken Vlamingen die Roodkápje zeggen, maar die geven de schuld aan de Nederlandse tv – Róódkapje moet authentieker zijn. En terecht. Het is toch zeker ook róódborstje?

Ja, róódborstje. Niemand zegt roodbórstje, ook een Hollander niet. Het is geen wet, het is niet altijd waar, uitzonderingen te over, maar toch zie ik een verband: de Vlamingen hebben net als de Duitsers de klemtoon vóóraan bij dit soort woorden, omdat ze taaleigen zijn; de Nederlanders weten niet goed wat ze met de klemtoon aanmoeten, omdat deze samenstelling niet echt Noord-Nederlands is.

Wat moet de norm nu zijn? Is kortverhaal een germanisme? Uit Vlaamse mond niet, uit Nederlandse mond misschien wel. Maar de grenzen zijn nu open. We moeten maar gewoon eens leren consequent met vrijgezel, Roodkapje en nieuwjaar om te gaan. Niet dat de norm heel strak hoeft te worden nagevolgd, daar ben ik nooit voorstander van geweest. Maar voor wie wil: de Vlaamse klemtoon is wat mij betreft de meest correcte, maar als lokale variant vind ik gelukkig nieuwjáár ook wel best.

Nieuw Belgisch bier?

Brugge is blij, bericht de nog wel redelijke Belgische krant Het Nieuwsblad, want er is een nieuw Brugs bier bij. Fort Lapin heet het. Dat vind ik best ’n mooie naam. Ik ben altijd opgetogen als ik lees dat er een nieuwe brouwerij is opgericht, variatie is goed voor bierliefhebbers en een bierliefhebber, dat ben ik.

Nu ben ik al eerder op dit blog eens kritisch geweest over Belgisch bier. Ik vond de Belgische biercultuur te weinig internationaal. Ondanks z’n on-Vlaamse naam gaat Fort Lapin daar niet veel verandering in brengen, leert het artikel in Het Nieuwsblad. De brouwerij richt zich op ’n breed maar Brugs publiek en dat publiek zal door Kristof Vandenbussche, de brouwmeester van Fort Lapin, niet worden lastiggevallen met hippe internationale stijlen of de uitgesproken smaak van aromahop. Nee, Vandenbuscche komt met een tripel, alweer. “Ik heb geprobeerd om een toegankelijk en vrij neutraal bier te maken, niet te hoppig bijvoorbeeld, en hopelijk valt het dus in de smaak.”

Goed, ook bier is handel, je moet rekening durven houden met je publiek. De gemiddelde Vlaming drinkt nu eenmaal een biertje uit de streek dat toch smaakt zoals bier overal smaakt. Tot zover kan ik Vandenbussche wel volgen. Ik vertrouw er ook heus op dat hij z’n bier ambachtelijk gebrouwen heeft en achter z’n product staat. Wat zou ik die man dat ook misgunnen?

Maar ongewild staat de brouwer van Fort Lapin wel symbool voor de hedendaagse Belgische biercultuur, waar steeds meer mensen kritiek op hebben. Belgisch bier is niet hip meer, Belgisch bier is suf. Brouwers herhalen zichzelf en hun collega’s. Uitgesproken stijlen verdwijnen, zoete tripels en dito dubbels nemen de markt over. Dat is natuurlijk zorgwekkend, want de variatie waar bierliefhebbers zo van houden komt zo in gevaar.

Er zijn argumenten genoeg om een en ander te willen veranderen. Die argumenten zijn in Nederland inmiddels beproefd en bewezen: met doorsneebier kun je niet tegen de commerciële bierreuzen op, je moet je onderscheiden met smaken die misschien niet het grote publiek, maar wel een groeiende groep bierliefhebbers aanspreken. Anders blijft je bier hoogstens een lokaal curiosum dat het goed doet bij de VVV en de heemkundevereniging, maar zelfs bij toeristen en heemkundigen niet blijft hangen.

Een gewoon, toegankelijk bier, uit de streek. Goe bier van bij ons. Dat maken ze nu, al die kleine vriendelijke Belgische brouwerijtjes. Een enkeling durft te experimenteren, maar een enkeling is niet genoeg. De traditie moet bewaakt worden – handen af van de geuze en de Vlaamse Bruine – maar wie alleen bewaakt sukkelt in slaap.

Vooruit moet het dus, de wereld achterna! Amerikaanse hop in Brugs bier, rookmout in een bruine uit Diest, stevige stouts uit Antwerpen…  schreef Elsschot niet al over stout? Ideeën genoeg. De Belgische biercultuur verdient de 21e eeuw.

Bijgevoegd naamwoord

Een fijn plekje internet is de site Signalering Onjuist Spatiegebruik, afgekort tot SOS. Daar hebben ze hun naam natuurlijk op uitgezocht. SOS, dat is morse, en als het juist doseren van pauzes érgens belangrijk is, dan is het wel in het morsealfabet. Maar morse wordt niet veel meer gebruikt en dus is de Engelse ziekte overal: spaties waar ze niet horen. “Eenheids worst”. “Af haal restaurant”. “Gast blog”. Dat laatste had nog een aansporing kunnen zijn, de rest is natuurlijk helemaal geen Nederlands. Dus moet er iets tegen gebeuren, en moet onjuist spatiegebruik worden gesignaleerd.

Wat dagen geleden signaleerde ik zelf. Een vriend van me schreef op Facebook iets over sinterklaas, die ook in januari nog in onze hoofden is, en spelde goedheilig man. SOS, riep ik. Maar hij zei dat het niet fout was, goedheilig man stond immers in de Van Dale? Andere woordenboeken hebben dan weer wel goedheiligman, wierp ik tegen. Samen signaleerden we dat de norm wat dit woord betreft vaag is. Beide spellingen komen voor.

Nu is er natuurlijk wel een verschil. Goedheilig man, zonder spatie, spreek je anders uit dan goedheiligman. De klemtoon ligt anders als het één woord is, dan is het goedhéiligman.  Als het twee woorden zijn ligt de sterkste klemtoon op het laatste lid: goedheilig mán. Kennelijk is de uitspraak goedhéiligman nog niet zo heel oud. Zou ze zijn ontstaan omdat het liedje zo gaat? Sinterklaas goedheiligman, trek je beste tabberd an…

Goedheiligman, als één woord, is een samenstelling op basis van het bijvoeglijk naamwoord goedheilig en het zelfstandig naamwoord man. Dat ziet iedereen. Toch is het niet zo gewoon, dat een Nederlands woord op deze manier wordt gevormd. We hebben wel langneus en vetklep, maar dat zijn haast schertsende woorden. Wel hebben we bijwoorden als nep, rot en kut, die eindeloos gecombineerd kunnen worden (nepbaard, rotkind, kutstreek) – maar dat zijn geen echte bijvoeglijke naamwoorden, die tellen niet.

In het Duits kunnen bijvoeglijke naamwoorden wel makkelijk met zelfstandige naamwoorden worden gecombineerd. Een grote stad is daar een Großstadt en een kort verhaal is in het Duits een Kurzgeschichte. Als iemand in het Nederlands over een grootstad en een kortverhaal spreekt, dan wordt er al snel geklaagd: dat is Duits, een germanisme heet zoiets, de Teutoonse ziekte. Niet doen!

Anders is dat in België, daar vindt met kortverhaal heel normaal en langspeelfilm ook. Zijn Belgen zo Duitszinnig? Misschien. Maar het zou ook wel eens zo kunnen zijn dat de mogelijkheid om bijvoeglijke naamwoorden met zelfstandige te combineren in het zuidelijk Nederlands gewoon van oudsher al aanwezig is. Dan is kortverhaal geen germanisme, maar goed, hoogstens regionaal gekleurd Nederlands.

Terug naar de goedheiligman. Die grijsaard komt ook in België langs om de allerkleinsten te verwennen. Het Belgische woordenboek Verschueren was één van de eersten om het woord goedheiligman, zonder spatie, als lemma op te nemen. Is het misschien een Belgisch woord? Is het daarom dat Van Dale er nog niet aan wil?

Vragen genoeg. Dat krijg je als de norm vaag is. Wat mij betreft is die goedheiligman niet Belgisch, Duits of Spaans, maar gewoon goed Nederlands. Laat die spatie dus maar weg. We hebben nog tot november om Van Dale te veranderen.

Gastblog

Vandaag laat ik maar kort iets van mij horen. Ik moet wel weer meer gaan bloggen, natuurlijk, anders word ik nooit beroemd. Maar het nieuwe jaar is nog lang.

Het nieuws van vandaag is dat ik ergens anders dan hier ben wezen bloggen. Mijn ontrouw is nu tastbaar: hier is mijn gastblog te lezen, op de onvolprezen site “monumentje”. Ik heb natuurlijk over kerken in Noord-Holland geschreven. Als je dan toch stokpaardjes hebt moet je ze durven berijden ook.

Verder even niets. Ik ga vast van de week wel weer bloggen. Er is altijd wel iets om me kwaad over te maken. Geen lezer hoeft bezorgd te zijn.