Lawinedelirium

Eigenlijk dacht ik de laatste mediastorm, die over de onfortuinlijke prins Friso, hier maar te negeren. Zonder erover te schrijven ergerde ik me immers al genoeg. De afgelopen week voelde ’n beetje als een week van rouw, niet om Friso zelf, maar net om die krant, die ik zolang voor de beste krant van Nederland gehouden had. NRC Handelsblad, ook die krant was nu geen meneer meer.

De rel is bekend: nadat Friso onder ’n lawine beland was bracht de RVD als enig nieuws naar buiten dat zijn toestand stabiel was, maar dat de prins nog niet buiten levensgevaar was. Daar moesten de hongerige media het mee doen. Oostenrijkse boulevardkrantjes kwamen met het gerucht dat de prins een schedelbasisfactuur had opgelopen, nieuws dat Nederland wel bereikte, maar dat zolang de RVD het niet bevestigde eigenlijk geen nieuws was. Behalve voor het NRC Handelsblad, dat een journaliste ter plaatse had, Jannetje Koelewijn, die via haar man van alles over de prins vernam en niet aarzelde dat in de krant te publiceren.

Er is veel over gezegd en geschreven. Prachtig was het optreden van Koelewijn en hoofdredacteur Peter Vandermeersch bij De Wereld Draait Door, waar ze ongenadig onderuit gingen. Koelewijn kreet dingen als:  “Lees de reacties op de site van de Telegraaf eens, die zijn wél positief” en “Het beroepsgeheim is het probleem van mijn man” en viel verbolgen uit tegen de presentator van dienst: “Matthijs, wat ben je streng!”  Inderdaad was Matthijs strenger en principiëler dan haar eigen hoofdredacteur. Dat dat pijnlijk was, besefte iedereen behalve Koelewijn en Vandermeersch zelf.

Nu goed, mijn punt was gemaakt, die avond, een blog zat er niet meer in. Dan zou ik alleen DWDD maar herhalen en daar ben ik niet voor. Maar Peter Vandermeersch was nog niet klaar met zijn ondergang. Verbolgen week hij uit naar z’n oude krantje, het Belgische dagblad De Standaard, om nog eenmaal zijn gelijk te halen. In België spreken ze me tenminste niet steeds zo tegen, moet hij gedacht hebben.

Het stuk is hier te lezen. Vandermeersch doet uit de doeken waarom hij ertoe kwam, het nieuws over de gezondheid van de prins toch te brengen. Uit het stuk blijkt dat hij echt niets van de kritiek van z’n collega’s begrijpt. “NRC Handelsblad (…) kwam de voorbije dagen in een mediastorm terecht. Reden: we publiceerden zaterdag op de voorpagina van de krant… nieuws. ” Jawel, nieuws. Onfatsoenlijk nieuws, onbelangrijk nieuws (Friso is niet eens troonopvolger), boulevardnieuws, maar nieuws.

Dat er kritiek kwam ligt niet aan een ongelukkige afweging van de redacteur, maar aan de Nederlanders. Dat had, zo schrijft Vandermeersch, zijn collega Daniela Hooghiemstra al geduid: “De gevoelens over de koninklijke familie gaan dieper dan menigeen durft toe te geven. Geloof Nederlanders nooit als zij hun koninklijke familie onbelangrijk noemen.” Aha. Nederlanders houden zoveel van hun koningshuis, dat nieuws over die mensen altijd gebracht moet worden, zelfs als daarvoor een medisch beroepsgeheim en de goede naam van je krant op de helling moeten.  Maar de gevoelens zijn nog dieper dan dat: verblind door liefde kunnen de Nederlanders niet meer helder denken.

Daar zit het venijn in Vandermeersch’ stuk. Hij valt zijn tegenstanders aan met een stroman. “Het was een redactie die vrijdag net niet in de ban was van het koninklijk ‘delirium’  dat Nederland in zijn ban had. Een delirium dat blijkbaar verstikkend werkt op normale journalistieke reflexen en zeden.” Jawel, Matthijs van Nieuwkerk en Jan Mulder waren niet gewoon kritisch, nee, ze waren verstikt door een koninklijk delirium!

De kop boven het stuk maakt het plaatje compleet. In Nederland zijn ze gewoon niet goed snik, daar mag je niks kritisch zeggen over het koningshuis, daar is iedereen dronken van liefde voor die mensen, daar is geen normale journalistiek meer mogelijk eigenlijk. Het is de wereld op z’n kop.

Vandermeersch ontmaskerde deze week niet alleen zijn krant, hij ontmaskerde vooral zichzelf: hij is zo’n man die kritiek niet serieus neemt, maar wegwuift als het gebazel van een geesteszieke. Dronkemanspraat. Zo iemand is geen journalist, zo iemand is ook geen redacteur. Zo iemand is op z’n best een ijdele zakenman die kranten verkoopt zolang die kranten geen meneren zijn.

Advertenties

Tegenspoor

Mijn vorige blogje, aan het begin van de vorstperiode die nu weer over is, ging al over Nederlandse folklore. Er is deze winter veel meer folkloristisch vertier dan schaatsgekte alleen. Een andere traditie, het klagen over de spoorwegen, bereikte ook weer een hoogtepunt. Of een dieptepunt, misschien.

Nog even kort de spoorwegcrisis: er was sneeuw voorzien, veel sneeuw, maar NS en ProRail, die samen het grootste deel van het Nederlandse spoorwegnet draaiende houden, meenden nog wel toe te kunnen met hun gewone dienstregeling. Dat konden ze niet. De witte sneeuwdag werd een zwarte spoordag, duizenden reizigers strandden in stations en het aanwezige spoorwegpersoneel wist niet wat ze tegen die reizigers moesten zeggen. Dan maar gratis koffie en thee. Verder chaos.

De dagen erna was er vooral veel verontwaardiging, en terecht. Je mag van een vervoerder verwachten dat ‘ie op dit soort situaties is voorbereid. Er was heel veel sneeuw gevallen (in Alkmaar lag er na twee uur 15 centimeter), misschien wel meer dan voorzien, maar ook met verrassingen heb je rekening te houden. De aangepaste dienstregeling, die minder gevoelig is voor de zware weersomstandigheden, had die vrijdag al moeten worden ingevoerd en niet zondag pas. Daarover was men het snel eens.

Maar met die nuchtere vaststelling en het “volgende keer beter” was de volkswoede niet gesust. Sacha de Boer liet alle journalistieke principes varen en kafferde de verantwoordelijke NS-directeur uit in haar journaal. Bij RTL was de stemming al even emotioneel. De kranten gilden, websites stoomden. Daar was de politiek dan ook. Anders moest ‘t, helemaal anders. Die vermaledijde NS toch! Minister Schultz van Haegen zei dat ze maar eens in het buitenland ging kijken, want dit kon toch niet bestaan?

De traditie is star: het ligt allemaal aan de NS, de NS zijn een rotbedrijf, de NS kan er niks van, de NS is een schandvlek en Prorail is gemeen. Zo. Cijfers zijn van geen belang, statistieken zullen wel weer leugens zijn. Liever laten we iemand die ’n week in Rusland is geweest en van de zomer nog op ’n camping in Italië vertellen dat de spoorwegen in het buitenland echt veel beter zijn, dat je een bedrijf zo beroerd als de NS daar niet vindt, dat het door Paars komt natuurlijk, die privatiseringen meneer, en nou, ’t moet maar anders allemaal.

Al jaren worden er statistieken bijgehouden van de stiptheid, de frequentie en de kosten van spoorwegmaatschappijen wereldwijd. Steeds blijkt uit die lijstjes dat de NS het geweldig doen. Jaar na jaar staat Nederland in de top drie van de wereld, samen met Japan en Zwitserland. De frequentie is uitzonderlijk hoog, op veel trajecten rijden vier treinen per uur, maar acht gaat ook. Zelden hebben die treinen serieuze vertragingen. Dat zeggen de cijfers, tenminste.

Natuurlijk hebben de NS, samen met ProRail, die voorbije sneeuwdagen wel gefaald. Dat wil ik helemaal niet ontkennen. Wie regeren wil moet de werkelijkheid onder ogen durven zien. Maar dat doet Schultz van Haegen niet. Die maakt van de werkelijkheid een spook waarvoor ze natuurlijk onmogelijk zelf verantwoordelijk kan zijn. ’t Is niet voor het eerst dat dit kabinet dat doet. Ook dat is dus folklore aan het worden. Folklore wordt steeds minder leuk.