De Week van het Nederlandse Bier

Jawel, er is weer ’n Week ergens voor. Laatst was er nog een Dag waar ik niet omheen kon, de Dag van de Duitse Taal, nu is er een hele Week waar ik hier toch even aandacht aan besteden moet. Het is de Week van het Nederlandse Bier.

Over Nederlands bier heb ik hier al eerder geschreven. Ik ben enthousiast over de Nederlandse biercultuur, die zo heerlijk aan het bloeien is de laatste tijd. Nederlandse brouwers zijn innovatief en eigenzinnig. Nederland heeft prachtige speciaalbieren die niet onderdoen voor bieren uit België – het is zelfs onterecht ze daarmee te blijven vergelijken. De Nederlandse biercultuur is allang volwassen geworden, ze staat op zichzelf en ze staat midden in de wereld.

De Week van het Nederlandse Bier is vandaag begonnen en duurt tien dagen. Dat is wat lang voor een week, maar dat maakt niet uit natuurlijk. Tien dagen om Nederlands bier te vieren, dat is haast nog te kort. Want er zijn zoveel bieren te proeven, zulke heerlijke stijlen, van zulke aardige brouwerijen. Wat ’n vreugde, hoera!

Toch, Nederlands bier vieren, dat is nog lang zo vanzelfsprekend niet. Aan de bieren zal het niet liggen, die zijn als gezegd van hoge kwaliteit, daar kunnen we zonder meer heel trots op zijn. Toch is de Nederlandse biercultuur niet uit de problemen. Want Nederlands bier vieren, waar doe je dat? Natuurlijk, deze tien dagen is er ’n heel programma en zijn er overal in het land plekken waar proeven en borrelen kan, maar daarna? Waar kun je je op een gewone doordeweekse dag in een gewoon Nederlands stadje aan Nederlands speciaalbier laven?

Ik zei al: we kunnen trots zijn op onze bieren van eigen bodem. Maar kennelijk zijn we dat niet. In cafés en supermarkten is het Belgisch bier dat de klok slaat. Ja, er is Nederlands pils, dat is altijd overal – maar dat mooie Nederlandse speciaalbier, dat zo ontzettend in de lift zit, waar is dat? In goede biercafés is het te vinden, in slijterijen – maar zelfs daar met moeite. Dat is een heel treurige zaak. De consument die van Nederlands bier genieten wil moet daar krankzinnig hard zijn best voor doen.

Anders moet ‘t.  Kroegbazen moeten durven kiezen voor bieren uit de streek, voor de uitgesproken smaken die bij Nederlands speciaalbier horen. Een goede bierkaart bouw je niet van zoete Belgische tripels met tien verschillende etiketten maar steeds dezelfde smaak. Een goede bierkaart bouw je door te variëren tussen allemansvrienden en uitdagers, tussen streekbieren en internationale toppers, tussen Nederlands en buitenlands – goede bierkaarten zijn een zeldzaamheid.

Dat is niet alleen de cafés te verwijten. De grote leveranciers van bier in Nederland lijken ook liever op oud en veilig te spelen. Nederlands speciaalbier moet in veel gevallen nog door de brouwerijen zelf worden uitgevent en dat is een heel gedoe. Ook bij de leveranciers moet het anders, ook daar moeten mensen ervan doordrongen raken dat de moderne consument juist vráágt om ambachtelijke producten uit de eigen streek.

De Week van het Nederlandse Bier is dus niet alleen een feestje. Het is ook de gelegenheid om iedereen in bierland die nog niet helemaal wakker is een schop onder de kont te geven. Verkoop Nederlands bier, want het is het waard! Zodat ook die toeristen straks beseffen: Nederland is meer, veel meer dan Heineken. Misschien raken de Belgen dan nog eens aan het importeren.

Advertenties

De herdenking gestolen

Vandaag zag ik vele vlaggen halfstok: vanavond is de Dodenherdenking. Dan staan we stil bij onze doden, dat zeggen ze steeds op tv. Bij de slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog, aan wie de herdenking is opgedragen, maar ook bij de slachtoffers van militaire conflicten nadien. ’t Is heel plechtig allemaal, de hele dag zijn er al zwijgende politici op het nieuws en tussen de programma’s worden gruwelijke documentaires aangekondigd, opdat we niet vergeten.

Het nieuws zélf gaat er ook over, al een tijdje zelfs. Het begon met de puberjongen Auke, die een gedicht geschreven had waarin hij de “foute keuze” van zijn oudoom, die in de verwarrende oorlogsjaren voor de SS gekozen had, in herinnering bracht. Opdat we ook hem niet zouden vergeten. Zijn gedicht won een prijs, hij zou het voordragen op 4 mei, vanavond dus, bij die plechtige herdenking op de Dam.

Vanavond draagt Auke niks voor. Het CIDI protesteerde, het Auschwitz Comité wilde een boycot, en uiteindelijk zwichtte de organisatie van de herdenking. Het gedicht is gecensureerd. Aukes oudoom wordt niet herdacht, Aukes gedicht mag niet worden voorgelezen, zijn woorden zijn verstomd.

Zo ging de herdenking al een beetje dood. Een oorlogsherdenking met censuur, dat is een ironie die te pijnlijk is, in elk geval voor mij. 4 mei, dat gaat ook over wat we 5 mei vieren. Die doden stierven toch voor onze vrijheid, zo zeggen ze dat toch steeds? Zijn dat dan alleen maar pompeuze woorden, is daar helemaal geen betekenis aan? Mijn vrijheid, dat is ook die van Auke, dat is de vrijheid om te denken, te vinden en te zeggen wat ik wil. Dat is de vrijheid om buiten die oorlog te staan en er toch iets van op te steken… Of niet?

In Vorden, een plaatsje waar je anders niks van hoort, werd ondertussen een gelijkaardige discussie gevoerd. Daar wilde men dode Duitse soldaten, willoze Wehrmachters, in de plaatselijke herdenking betrekken. Opdat we ook hen niet vergeten, zij die geen keuze hadden, en ruw die vreselijke oorlog werden ingesleept, het leven lieten en daarna verguisd werden en heel hun volk met hen.

Het verschil met de SS-oom van Auke is helder: die soldaten hebben geen Foute Keuze gemaakt, die hebben nooit een keuze gemaakt. Toch was de reactie van de Joodse organisaties, die zelf waarschijnlijk ook nog nooit van Vorden gehoord hadden, dezelfde. Ze schreeuwden en kreten en tierden en kregen aandacht van de pers: die herdenking moest gecensureerd worden, wat dachten ze daar wel! En dus gingen ze naar de rechter. Het kort geding diende vandaag en de uitslag was ondubbelzinnig: die Duitse soldaten mochten niet worden herdacht.

Inmiddels is in Vorden een noodverordening van kracht. Wie waagt die Wehrmachtjongens tóch te herdenken zal worden opgepakt. Daar wordt streng op toegezien. In Vorden mag je even niet zelf meer weten wat je denkt, laat staan dat je er mag bepalen wat je zegt. In Vorden is het weer even helemaal oorlog. Opdat wij niet vergeten?

De Joodse organisatie Tradition is Our Future is nog niet voldaan. Vanavond zal er een vliegtuig over Vorden vliegen, met daarachter een spandoek. VORDEN IS FOUT, zal iedereen aan de grond kunnen lezen. Want de oorlog moet worden gevoerd, nog steeds. Opdat wij niet vergeten.

Onze vrijheid is vandaag schade toegebracht. Maar onze vrijheid kan dat hebben. Onze herdenking, die ook altijd mijn herdenking was, die van mijn familie en zelfs van mijn generatie – die herdenking zal niet meer herstellen. Vanavond zal ik voor het eerst niet herdenken. Ik zal doorpraten. Voor mijn vrijheid. Opdat wij leren.