Vakantietaal

In mijn vorige blogbericht maakte me ik weer ‘ns kwaad over de eenzijdige oriëntatie op alles wat Engels is van de moderne Nederlandse (en Vlaamse) media. Andere talen komen nauwelijks aan bod, andere culturen bestaan er niet, zelfs het nieuws is pas belangrijk als het uit Engelstalige landen komt. De gemiddelde Nederlander ziet meer Australische films en series dan Duitse films en series en blijkbaar vindt de gemiddelde Nederlander dat heel normaal.

Nu is dit een ergernis waar ik zo ongeveer het hele jaar door mee rondloop, dus met de actualiteit heeft ze niet veel te maken. Maar het is nu wel vakantietijd, dus dan is er ook weer vakantie-Engels. Dat lijkt onschuldig. Mensen gaan op reis, meestal binnen Europa en dus hoogst zelden naar een Engelstalig land (binnen Europa is het Engelse taalgebied beperkt tot wat perifere eilanden en Gibraltar), en terug van vakantie vertellen ze vrolijke reisverhalen.

Die verhalen zitten, dat is zo raar, vol Engels. “In Praag hebben we lekker door de Old Town gewandeld,” klinkt het dan. Daar bedoelen ze de wijk Staré Město mee. Staré Město is Tsjechisch voor “oude stad”, maar de meeste toeristen spreken geen Tsjechisch, dus die term vertalen ze. “Oude Stad” zou je dan dus moeten zeggen, maar “Oude Stad” klinkt niet stoer, dat klinkt alsof je een dagje in Valkenburg geweest bent, kom nou. Tegen je vrienden zeg je beter dat je de “Old Town” gezien hebt, nietwaar?

Het is betekenisloos Engels. Boedapest, we waren op “Heroes’ Square”, jawel – Hősök tere in het Hongaars, Heldenplein in het Nederlands. Na een paar dagen Boedapest zou je er toch van doordrongen moeten zijn dat je met Engels niet eens zo ver komt, maar nee. Laten we tegen onze vrienden doen alsof Boedapest een Engelstalige stad is, dan klinkt het bijna net zo hip als Londen of New York. Of wat zeg ik, Londen – dat schrijf je natuurlijk als London tegenwoordig.

Het blijft niet tot reislustige studentjes beperkt. De Belgische krant De Standaard kwam onlangs met een volksliederenquiz (sinds Vandermeersch daar redacteur is geweest komt die krant voortdurend met dat soort jolige quizjes, serieus mag daar niet meer), met daarin fragmentjes van volksliederen en wat kennisvragen. In de quiz werd onder meer naar Beethovens Ode to joy verwezen, ik verzin dit niet, en naar The March of the Volunteers, niet het volkslied van één of ander Engelstalig ontwikkelingsland, maar dat van China. Eén op de vijf mensen spreekt Chinees, denken ze bij De Standaard nu echt dat ze in China hun volkslied March of the Volunteers zouden noemen?

Mijn bezwaar is niet eens het Engels. Dat vind ik een prima taal voor in Engeland. Wat me vooral ergert is het stoer willen doen met iets wat eigenlijk sneu is. Pochen met je eenzijdigheid. De toeristen kun je het niet eens verwijten, die zijn door de media zo gemaakt. Engels voor en Engels na, iets anders is er niet. Zo neemt de gemakzucht alles over.

Advertenties

2 thoughts on “Vakantietaal

  1. In de (klassieke) muziek is het al niet veel beter gesteld. Je hoort steeds vaker: ‘Ik vind de “Moonlight Sonata” van Beethoven zo’n mooi stuk’, terwijl het vroeger zelfs in Nederland populair was onder de originele, Duitse titel. Dat soort titels vertalen naar het Nederlands wordt bijna nooit gedaan trouwens; niemand heeft het ooit over de “Maneschijnsonate” van Beethoven, of het “Lenteoffer” van Stravinsky..

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s