Echte bo(c)k?

Het is herfst. Mij maakt dat blij, want ik houd van de herfst. Waterkou vind ik heerlijk, de kleuren zijn mooi, de luchten zwaar en grijs en nat – echte stormen moeten nog komen, natuurlijk, de herfst is nog maar pas begonnen. Ik verheug mij. En niet alleen om het weer, ook om de huiselijkheid, de gebakken lucht boven de verwarming, speculaas en stamppot, bier. Want herfst is ook een biertijd: er is weer herfstbock overal.

Ik ben een bierliefhebber, ik drink het hele jaar door wel speciaalbier, van bijzondere brouwerijen uit heel de wereld. Voor de meeste bierdrinkers is het overzichtelijker: er is pils, soms een Belgische tripel en dan bockbier in de herfst. De achtergronden van het bockbier zijn voor die bierdrinker natuurlijk niet eens zo relevant. Toch is de geschiedenis van het bockbier een mooi voorbeeld van hoe modern bier een mengeling van traditie en slimme marketing is.

De oorsprong van de stijl ligt waarschijnlijk in Duitsland. Met verse mout werd daar in de herfst het eerste bier van het seizoen in oude, ongewassen ketels gebrouwen. Dat bier vergaarde extra smaak door de restjes bostel in de brouwketel. Maar één brouwsel had dat bijzondere karakter, daarna was de ketel weer schoon – het was dus zeldzaam bier, maar een week of wat te koop. De stijl werd verbonden aan het stadje Einbeck, terecht of onterecht, en gaandeweg in Zuid-Duitse mond tot ein bock verbasterd.

Zo kwam het in de 19e eeuw naar Nederland, waar Duits bier modieus was. Beiers bier, dat wilde men wel imiteren: helder, rein, heel wat anders dan die troebele, soms zelfs wilde bieren die er in de Nederlanden gebrouwen werden. Zo kwam ook de bock hier verzeild: het stevige, volmoutige bier dat niet noodzakelijk bij de herfst hoorde, maar in ieder geval bij Hollands weer kon worden gesmaakt.

Marketing deed de rest: seizoensbier moest het wezen,  die bock. Vanaf de jaren ’80 is herfstbok aan een glorieuze opmars begonnen. Lentebok volgde: fris en blond in het voorjaar, gebrand zoet en donker in het najaar. De stijl is ongekend populair en dat is mooi, want de talloze bockbierfestivals en proeverijen bieden kleine Nederlandse brouwerijen een ideaal podium om bekend te worden bij een groot publiek.

Duits bier is allang niet hip meer. De laatste decennia was het vooral Belgisch bier dat de klok sloeg in Nederland, want ja, die troebele en soms zelfs wilde bieren van de Belgen waren toch veel interessanter dan die gladde, heldere Nederlandse bieren… Zo groeide de Nederlandse bockbieren in smaak en stijl naar de oude speciaalbieren toe. Daarmee is niet alleen de traditie, maar ook het bier zelf nu uniek voor Nederland.

Maar die Belgische bockbieren dan? Chouffe, Brugse Zot, Gouden Carolus: gerenommeerde Belgische brouwerijen brengen bockbier op de markt, maar alleen op de Nederlandse. In België bestaat geen bockbiertraditie. In België is Duits bier nooit echt hip geweest en Nederlands bier al helemaal niet. Belgisch bockbier is dan ook alleen maar marketing – maar veel bier is marketing.

Dan is er nog de c. Bock. Is die c marketing? Misschien. In het Duits hoort ‘ie er wel tussen, in het Nederlands wordt ‘ie vaak weggelaten. Van het Groene Boekje mag het in ieder geval: bock, bockbier. Laten we het de brouwers en de drinkers gunnen, die extra letter, dat beetje opsmuk. Dat is biercultuur.

Advertenties

One thought on “Echte bo(c)k?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s