Kuitbier eindelijk weerom

Belofte maakt schuld. Ik beloofde in mijn vorige blog dat ik nog terug zou komen op het onderwerp “kuitbier”. Vandaag doe ik dat. Het kuitbier zelf is al evenzeer een belofte, een heel oude belofte zelfs. Al decennia zingt het rond: het kuitbier komt terug, het echte Hollandse bier wordt weer gebrouwen, binnenkort, of nú al zelfs – maar pas vorige week zondag kon ik echt kuitbier proeven.

In veel oude bronnen komt kuitbier voor, in talloze spellingen. Meestal wordt er dan alleen iets over het handelssucces gezegd, niet over de smaak en al helemaal niet over de receptuur. De stijl is in de 19e eeuw verloren gegaan, toen hippe stijlen als pils en Beiers bier, maar ook stout en pale ale, de markt veroverden. Wat kuit precies was weten we dus niet meer, het is weg, verdwenen, bierhistorie – niet eens meer nostalgie, want niemand herinnert zich de smaak.

Waarom is ons dan toch steeds weer kuitbier beloofd? In de jaren ’80 was er Goudsch Kuyt, in de jaren ’90 kwam er Jopen Koyt (en het is er nog steeds), steeds weer die verwijzing naar vroeger, steeds ook met andere spellingen. Blijkbaar spreekt kuitbier bijzonder tot de verbeelding. Waarom? Alleen om het commerciële succes? Er zijn wel meer verdwenen stijlen immers.

Misschien was het juist het onbekende dat kuitbier zo fascinerend maakte. We wisten geen recept. Van Nijmeegse mol was wel bekend dat het een zuur witbier was, de oude Pharao en Alambiek moeten wel geleken hebben op de moderne Belgische bieren met een -a- minder… Maar Hollands kuitbier, dat was écht Hollands, en écht onbekend, vast uniek!

Steeds beter kunnen we nu bronnenonderzoek doen, nu er meer en meer wordt gedigitaliseerd. Zo kon uiteindelijk ook de receptuur van kuitbier hersteld worden. Het initiatief kwam van Freek Ruis, van brouwerij de Witte Klavervier uit Zwolle, maar al meteen wilde Jopen er ook wel meer van weten – want die Koyt van ze, leek die nou echt op het origineel, of toch niet? De CNB werd opgericht (Campagne Nederlandse Bierstijlen), zelfs ondergetekende bemoeide zich er even mee, en op ’n end was er dan het recept en de uitdaging voor ’s neerlands brouwers: een echt kuitbier brouwen.

Jopen had alvast geen voorsprong, de Jopen Koyt was geen echt kuitbier, aldus de CNB. Een kuitbier was een gehopt bier, met lichte moutsoorten, veel haver vooral, tarwe, gerst, in een vaste verhouding. Het bier moest een wat droge smaak hebben, door de haver, aroma kwam van de hop en eventueel ook van de zacht-zoete tarwe… Enfin, er was een recept, de brouwers brouwden, daarna was er bier.

Afgelopen zondag, op de laatste dag van de Week van het Nederlandse Bier, proefde ik vele soorten kuit. Soms heel droog (Ramses), soms kruidig, zoethoutachtig (Dampegheest), soms fruitig en gisterig (Jopen), soms… Nu ja, steeds anders, maar steeds herkenbaar. Een granig bier, fris, lichtjes bitter maar meestal niet té, dat was kuit. Uiteindelijk koos de jury een verdiende winnaar: de Witte Klavervier, jawel, de brouwerij waar het ooit allemaal mee begonnen was.

Begonnen, ja? Is het een nieuw begin, blijft dit bier? Ik hoop het, want het was lekker. Ideaal voor in de zomer. Maar een “begin”, dat is wat anders dan het voortzetten van een oude traditie. Het échte kuitbier, ach, misschien smaakte dat nog weer anders. Werd mout vroeger immers niet gerookt? Waren de gisten niet wild? Wie zal het zeggen. Misschien is dit bier dan toch ’n beetje nostalgie, voor mensen uit de tijd dat kuitbier echt een raadsel was, waarvan we nooit zouden weten hoe het smaakte…

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s