Bieren aller landen…

Thuis heb ik nog kabeltelevisie, geen digitale. Net geen 40 zenders, dat is al meer dan genoeg. Eigenlijk kijk ik alleen naar de Nederlandse en Vlaamse publieke omroep en soms nog naar TV5 of het nieuws op Duitsland 1. Wat moet je met al die keuze elke dag, daar word je ongelukkig van. Je kunt maar beter op een eiland zitten en denken dat je er niet af kan, dan weet je tenminste wáár je gelukkig moet worden en dat is een goed begin.

Op het Borefts Bierfestival waren er meer bieren dan ik op kon en meer brouwerijen dan ik hier kan noemen. Ik heb niet alle namen uit het hoofd geleerd. Wat een keuze! Was ik er ongelukkig? Helemaal niet. Borefts is dan ook maar twee dagen in een jaar en ik was er enkel op de eerste. Het was een schitterende dag. Borefts was even mijn eiland en heel het bierdorp speelde mee.

Zeven muntjes kocht ik, uiteindelijk nog een achtste toe, en ik kreeg nog tweemaal wat. Eén keer vergat ’n Deens meisje dat ik moest betalen. Elf proefglaasjes, Zie, ik ben toch matig geweest, alsof ik toch kabeltelevisie had en niet uit 140 bieren moest kiezen.

Borefts mag dan een fijn klein tweedaags eiland zijn, als je er je vinger in de zee steekt sta je in contact met de hele wereld. Amerikanen, Belgen, Denen; brouwers, barmannen en liefhebbers; mensen uit Amsterdam en uit Bodegraven – iedereen was er en iedereen dronk bier. Alleen een man van Bier&Co vroeg naar de cola, maar die moest dan ook rijden.

Une mèr à boire. De bierzee is geen Waddenzee, zeker niet, het is er diep en peilloos en winden en golfstromen bepalen het weer. Vorig jaar zat half Borefts aan de whiskystout, nu kon ik er met moeite twee vinden en die waren niet eens zo overdonderend. Ouderwets bier was de nieuwe trend: zure smaken natuurlijk, Gose, en Berliner Weisse, maar ook nog Grätzer/Grodziskie. Fijn.

Eén trend trok extra aandacht, dat waren de gruitbieren. Gruit is ook middeleeuws, natuurlijk, toen hop nog niet gewoon was kruidden we ons bier, met salie of gagel en als je sommige brouwers zou geloven ook met rode peper, wat natuurlijk onzin is, maar dat is alle mode. Jopen speelde het slim en schreef “gruit” achter Koyt. Daarnaast hadden ze een Goudse Gruit gemaakt die prettig anders was dan hun klassieker.

Ik zeulde een Tsjechisch boekje mee waarin vol lof over De Molen werd gesproken, en waarin foto’s van Jopen en Emelisse stonden. Iemand vroeg of ik de tekst voor kon lezen. Ik vertelde in halve zinnen over mijn bieravontuur. Het kwam niet helemaal over, maar ik probeerde het tenminste en zwom door zeeën en meren tegen de drukte in.

Waar waren ze eigenlijk, die Poolse brouwerijen uit mijn vorige blog? Waar waren de Tsjechen en de Slowaken? Goed, er was Grodziskie, maar die kwam uit Haarlem en uit Duitsland, niet uit de ketels van brouwerij Pinta. Wel kreeg ik van een vriendelijke Vlaming een flesje van brouwerij Legenda cadeau, zo uit Hongarije. Zelf stonden ze er niet.

Misschien is dat de missie voor de komende jaren: het IJzeren Gordijn slechten, de oude EEG ‘ns uit. Laat bieren komen uit die nieuwste bierrevoluties vandaan, zet wat kraampjes neer voor die vrolijke jongens, laat hun experimenten maar komen. Of wordt het dan echt digitale televisie in middeleeuws Bodegraven? Waar stopt die zee?

Advertenties

Polen, Slowakije, Tsjechië

Al anderhalve week ben ik terug van vakantie. Dat ik nog maar moeilijk wen, blijkt uit mijn voorgaande bericht. Dat ik met plezier aan mijn vakantie terugdenk moet dan maar uit dit verhaal gaan blijken. Soms lijkt het wel alsof terugdenken al te veel tijd kost. Ik heb m’n foto’s nog niet eens bewerkt. Mijn lijst met bierrecensies is nog niet op Ratebeer gezet. Misschien moet ik dat ook maar niet meer doen.

De vakantie begon in Warschau. In Warschau was ik al eerder geweest, eind 2011. Toen was het kersttijd. De stad was koud, maar er kwam ’n mooi zonnetje door de wolken heen en ik zag, dat ik er wel van kon houden. Bij Warschau moet je dat altijd uitleggen. Weinig Europese hoofdsteden hebben zo’n gaaf historisch centrum, maar ja, dat van Warschau is dan ook herbouwd. Die geschiedenis hè. Het moet er altijd over gaan.

Dat Polen ook een toekomst heeft blijkt uit het bier. Het Polen van de vooroordelen, dat is heel veel wódka en dan misschien ‘ns afpilsen met blikbier dat bij ons in supermarkten aan zwervers wordt verkocht. Het Polen van de toekomst rekent daar mee af. Toen we het station uitwandelden was daar al meteen een biertuin met bier in allerlei stijlen (Ciechan).

WBP13 011

Ons hostel zat in een blokkendoos, dat wel. Dit was het voormalige getto. Iets verderop was de muur in de stoep verbeeld. We wandelden en ontdekten macabere ruïnes. Maar ergens in een kelder zat een biercafé, met heel veel taps en Aziatisch eten. De taps boeiden me het meest. Prachtige IPA’s. Knappe porters. Leuke experimenten. Zo smaakt de toekomst van Polen.

We bezochten in Warschau meer biercafés. Dat bier de toekomst is, zag je ook aan de interieurs. Modern, gelikt vaak. Het publiek was jong en soms ook rijk. Eén biercafé zat naast de winkel waar Ferrari’s werden verkocht. Gelukkiger waren er ook gezelliger lokalen.

In Tsjechië zou dat allemaal anders wezen, ik verwachtte dat en het bleek ook zo te zijn. In Tsjechië is bier traditie. Cafés zijn doorleefd, het publiek is gemengd, de sfeer is meestal heel gemoedelijk en los. Met de Tsjechen heb je zo een praatje. Met de Polen ook, maar niet zo gauw in een biercafé.

Slowakije lag er een beetje tussenin. Dat klinkt flauw, maar ik moet het zo zeggen. Men drinkt er veel wijn, maar bier is er al lang bekend. Daarom zie je er vast ook zo veel traditionele stijlen. Experiment lijkt voorbehouden aan brouwerij Kaltenecker, en die naam zagen we vaker in Praag dan in Bratislava. De brouwerijcafés waren hip. In de volkskroegjes dronk men Tsjechisch pils of Slowaakse wijn. Ik kon het moeilijk peilen, maar amuseerde me wel, vooral ook omdat Bratislava zo’n plezierig overzichtelijke stad was.

Vooroordelen weerleggen is het leukst. Een bloeiende biercultuur ontdekken in Polen, wie verwacht dat? Wanneer worden de parels van Pinta of Artezan eens naar Nederland geëxporteerd? Daarover schrijf ik het liefst natuurlijk, over de verrassingen. Maar dat Praag was zoals iedereen verwachtte… Ach, dat beviel me ook heel erg. Stel je voor dat het een tegenvaller zou zijn geweest! Dan had ik voor niets Tsjechisch geleerd, dat is ergere verspilling dan bierdrinken in een oude Praagse tram.

De prijs van bier

Gisteren bezocht ik twee biergebeurens. Er gebeurt ook zo veel. De kranten schrijven er zelfs over, na al die jaren van groei en bloei in de Nederlandse biercultuur. Toch blijft het verrassen. Bij het laatste biergebeuren, gisteravond, passeerden er meisjes met witte gympjes en een Gooise r die zich geërgerd afvroegen “wat dit nou weer allemaal was”. Maar niet iedereen leest kranten.

Ook voor mij blijft het een vreemde wereld. Dat is gek, want ik loop toch al een tijdje rond in het bierdorp van Nederland. Ik kom de hele tijd bekenden tegen. De biercafés, de slijterijen, de festivals: ik ken ze, ik frequenteer ze. Als er dingen veranderen zou ik het moeten zien. En toch was ik gisteravond zo overdonderd dat ik nauwelijks aarzelde en twintig euro gaf. Twintig euro?

Die middag was ik nog in Wormer. Voor nog geen twaalf euro dronk ik daar zes biertjes. Ik begon met ’n hoppig bier van Rooie Dop, laag in alcohol, want dat is stilaan mode, bier met weinig alcohol. Verder dronk ik allerlei stouts, de een hoppiger dan de andere, soms met lactose of rogge of koffie weer. Het was goed.

In Amsterdam at ik bij Hofje van Wijs, waar ik m’n bier cadeau kreeg. De eigenaar wandelde met ons mee naar De Bierkoning, want daar zou het tweede biergebeuren plaatsvinden. Na het gemoedelijke festival in Wormer was ik toch wel benieuwd naar dit grootstedelijke gebeuren, “Zwanze”. Een presentatie van een nieuw Belgisch bier.

Het was druk, er stond een rij. Om acht uur ging de deur pas open. Blijkbaar was er een parcours van regels voor ons uitgezet. Een ganzenbord van rijen. Achterin de smalle winkel stonden taps, daar moesten we heen, en als we daar dan bier gekregen hadden leidde de route terug naar buiten, waar op de stoep gedronken werd.

Wist ik veel. Ik kende deze hele etiquette niet. Was bier wijn geworden? Er waren andere meisjes met een r die bitsten dat ik me maar had moeten inlezen. Gelukkig waren er meer onwetenden. “Kan ik hier pinnen?” Ik had contanten. Twintig euro betaalde ik, zomaar. “Pardoes” zou ik bijna zeggen, maar dat is geen hip woord. Zwanze is een hip woord. Jongens met baardjes schreeuwden het.

Voor die twintig euro kreeg ik een strippenkaart met vier vakjes. Vier biertjes, in kleine proefglaasjes. Dit was ganzenborden met een hoge inleg. Maar ik stond al in de rij. We klaagden over bieraccijns en over lelijke etiketten. Dit waren geen accijns, zei het bestuurslid, accijns kost je maar twee cent. Wat was het dan wel?

Pas om negen uur was er Zwanze. We werden opgewarmd met twee Amerikaanse biertjes. Hoppig, best fijn. De Zwanze was zoetzuur en ook best fijn. Een uurtje later was er nog een grand cru. Bier, geen wijn. Ik wilde mijn trein halen. We stootten en duwden ons de rij weer door, terug. Kwam er al een tram?

Bierdrinken is geen idealisme. Daar gaat het me ook niet om. Maar toch vond ik ’t wel aardig, in het begin, om te schamperen op die wijnkenners die honderden euro’s voor een fles neertelden en daar dan elitair mee deden. “Bier is tenminste bier,” zeiden we dan, en dronken. In Wormer was dat nog steeds zo. Geen gedoe, gemoedelijk drinken, het bierdorp. De achterdeur is altijd los.

Amsterdam was bierstad, gisteren, met moeilijke regels en sommen gelds. De prijs van de vooruitgang? In Het Parool stond dat Rutte het bier te duur maakte met z’n accijns. Wilders was tegen. Maar Wilders kent het bierdorp niet. Wie neemt het voor ons op, gemoedelijke, simpele dorpelingen, met een glaasje aan de Zaan of desnoods de Grote Sloot? Is dit Ganzenbord of Monopoly?