Hip imperialisme

In ’n week waarin ik me toch al ergerde aan Britse zelfgenoegzaamheid en Angelsaksische eenzijdigheid kon een uitbarsting van dit alles en meer niet uitblijven, en natuurlijk zou die uitbarsting plaatshebben op een zondag. Vandaag dus. Het was vanavond op tv.

De Humanistische Omroep, meestal betrouwbaar en degelijk, heeft in een vlaag van verstandsverbijstering de serie Civilization aangekocht. Een Britse documentaire, dus dan is chauvinisme automatisch deel van het pakket, maar voor de verandering is dit geen BBC-documentaire, Civilization komt van Channel 4. De documentaire wordt gepresenteerd door de conservatieve historicus Niall Ferguson, bij het Nederlandse publiek waarschijnlijk vooral bekend als de echtgenoot van Ayaan Hirsi Ali.

Het laatste deel van de serie is vanavond uitgezonden: Work. Een uur lang doceerde Niall Ferguson over werk in het algemeen en over het protestantse arbeidsethos in het bijzonder. Want, betoogde de Brit, de echte bloei van de beschaving kwam pas nadat de Noordzeelanden zich van de Paus hadden verlost. Nu is die stelling op zich nog niet zo vreemd, er valt, mits met nuance, wel iets voor te zeggen – maar Ferguson vliegt al uit de bocht als hij al die protestantse kerken op één hoop gooit en ze een “protestantse moraal” toedicht die haaks op de katholieke zou staan. Het calvinisme is al iets anders dan het lutheranisme, de anglicaanse kerk lijkt op veel punten nog altijd als twee druppels water op de Roomse. Er kan helemaal niet van één protestantse moraal gesproken worden, toch niet als je zo’n ruime definitie van protestantisme hanteert.

Nuance is meestal niet het sterke punt van dit soort documentaires, maar Ferguson slaat alles. Niet veel later heeft hij het over een geheel ontkerkelijkt Europa, waar maar 2% van de Britten nog elke zondag naar de kerk gaat, een cijfer dat hij voor het gemak maar even op heel ons continent projecteert. In Polen is hij vast nog niet geweest, op Urk ook niet. Maar ja, al die falsificaties, die staan zijn theorie in de weg, die voor een deel steunt op de tegenstelling van een protestants Amerika versus een goddeloos Europa. Daarin telt Pools katholicisme gewoon als goddeloosheid.

Ferguson is niet geïnteresseerd in de geschiedenis an sich, hij is geïnteresseerd in zijn eigen mening erover en plakt om die mening te ondersteunen wat willekeurige feitjes aaneen zonder die feiten te controleren. Het maakt zijn documentaire stuitend – en stuitend vónd ik het ook, zelfs al toen ik halverwege was. Toen moest het hoofdstuk over China nog komen, een land dat volgens Ferguson altijd lui en achterlijk geweest was, maar sinds kort bekeerd wordt tot het protestantisme en dat protestantisme maakt dat China nu zo succesvol is.

Imperialisme is het. Dat woord haal ik er niet zelf bij, Ferguson gebruikt het meermaals in zijn documentaire. Hij betreurt zelfs hardop dat het een vies woord is, die imperialistische staten waren immers zo succesvol destijds! Maar alles gaat goed, besluit hij, want inmiddels neemt heel de wereld de westerse waarden over. Imperialisme is weer hip.

We moeten echt eens stoppen alleen maar Angelsaksische documentaires uit te zenden, de goeie zijn onderhand echt wel op.

Advertenties

Sint-Kapottius I

Op Sint-Capottius

Her Coninc, ghi sijt comen,
den wijn hebbic ghenomen,
den dranc hebbic verloren,
ghi doet mi soe groten toren.

Her Heilige, ghi doet blijcen,
ic en can u niet ontwijcen,
mijn herte en mijn maghe
moeten u smerte draghen.

Sint-Capottius, ghi groot,
ic en wil noch niet doot,
den wijn en sal mi nie vaen,
eens ic den biecht heb daen.

Sint-Capottius, siet mijnen pijn,
ghi en mooght des blind niet sijn,
gheneest den vromen droncaert,
voordat hine lijck Lot ontaert.

Romeyn de Ghilebeer,
omstreeks 1450

Vooroordeelloos

“Vooroordelen heb ik niet,” hoor je soms zeggen. Eigenlijk nog wel te vaak, want er deugt iets niet aan, al zijn de mensen die beweren geen vooroordelen te hebben vaak wel aangenaam en zelfs best ontwikkeld. Meestal, vast ook niet altijd, laat ik die nuance maken, want zo ben ik, vooroordelen heb ik niet, ziet u wel. Soms zijn het dwazen, zij, de vooroordeellozen.

Het is niet doenlijk alles te kennen en heel de wereld gewoon maar te begrijpen. Misschien is zelfs niets echt kenbaar, er zijn filosofen zat die dat tenminste beweren, en dat er hoe dan ook beperkingen zijn aan wat wij kunnen horen, zien of ruiken is wetenschappelijk meetbaar ook. Weten we wat waar of wijs of wenselijk is?
Zo moet het altijd wel gaan. De mens komt ergens waar duizend indrukken duizend keer op hem neerdalen, en beseft dan dat ‘ie wel selecteren móet. Je kunt de nuttige indrukken dan het beste als eerste opdoen, dat klinkt logisch, maar wie weet wat nuttig is? Wat thuis nuttig is, moet dat ergens anders vast ook zijn. Wat thuis zo is en gevonden wordt moet ergens anders vast vindbaar zijn. Zo gaat het altijd: de vooroordelen zijn er voor je er zelf erg in hebt en ze worden tegelijkertijd zelfs bevestigd.

“Vooroordelen heb ik niet,” herhaalt de dwaas, “maar Duitsers hebben wél een grote bek en Fransen zijn wél arrogant en Rotterdam is wél een klotestad. En Engelsen zijn zo geestig, ga maar na, je hoeft de tv maar aan te zetten en je zult zien dat het klopt.”

Engelsen zijn helemaal niet geestig. Ze zijn ook niet droog of humorloos, natuurlijk niet, ze zijn maar gewoon mensen die humor een bepaalde plek in hun cultuur hebben gegeven maar er niet noodzakelijk erg goed in zijn. Zoveel komedie maakt de BBC, en zo’n fractie ervan wordt in ons taalgebied uitgezonden: Monty Python, The Office, Fawlty Towers, ja, goed, dat vind ik inderdaad óók briljant, en heus leuker dan De Kampioenen (Vlaams) of Het Zonnetje In Huis (Nederlands) – maar dan ben ik al gaan filteren. Je kunt je filter altijd omkeren. “Engelsen zijn flauw, kijk maar,” zou ik dan zeggen, en dan “The Thin Blue Line”, “Keeping Up Appearances” of “Allo Allo” aanzetten. “Zie je, hoe flauw? Vergelijk dat nou eens met Jiskefet of In De Gloria, Nederlanders en Vlamingen zijn echt veel geestiger!”

“Vooroordelen heb ik niet,” herhaalt de dwaas, “maar inderdaad, Vlaamse humor is best leuk, het zijn daar sowieso zulke aardige mensen.”

Vlamingen zijn helemaal niet aardig. Ook niet onaardig, of toch zeker niet allemaal. Ze hebben het alleen een beetje aan hun broek hangen dat de Nederlanders ze zo schattig en koddig en ongevaarlijk vinden. Terwijl Vlamingen vaak genoeg onbeleefd en afstandelijk en zelfs haatdragend kunnen zijn – kijk daar de verkiezingsuitslagen anders eens op na, of lees eens hoe Vlamingen, ook intellectuelen, over Nederlanders schrijven. Vooroordelen zijn overal en je kunt ze overal ontkrachten en bevestigen, niet zelden met dezelfde mensen voor je, in dezelfde stad.

“Vooroordelen heb ik niet,” herhaalt de dwaas herhalende, “heus niet. Ik ken mezelf toch zeker beter dan jij?”

Mediastil

Er wordt gepraat, maar daar horen we eigenlijk niks van: CDA, VVD en PVV hebben om ongestoord aan een nieuw kabinet te kunnen werken een “mediastilte” afgekondigd. Het journaille heeft z’n camera’s naar de grond gedraaid en de microfoons maar opgeborgen. Voorlopig is er op alles geen commentaar en blijven vragen hoe dan ook onbeantwoord.

Er is wel een kleine rel. Geert Wilders wil naar Amerika om daar ruzie te maken met moslims en zijn gedacht nog eens luid en duidelijk te zeggen. Het CDA ziet daar weinig in. Volgens Maxime Verhagen zou zo’n felle toespraak met de inmiddels welbekende anti-islamretoriek Nederland nog in gevaar kunnen brengen, al maakte hij dat verder niet concreet. Wilders gaat zich van Verhagen niks aantrekken, noch van andere bezorgde mensen in het CDA, ze moeten er maar aan wennen.

De stille onderhandelingen zijn er niet zomaar gekomen, er is zomerlang over gesteggeld en in eerste instantie deed de PVV niet eens mee. Dat vond de PVV wel ondemocratisch, ze hadden immers de verkiezingen gewonnen en dus vertegenwoordigde alleen een regering met de PVV het Nederlandse volk, aldus de PVV, die zoals bekend een eigen definitie aan “volk” en “Nederlands” geeft. Uiteindelijk kreeg de Partij Voor de Vrijheid die geen partij maar een beweging is, niet voor is maar tegen en met de vrijheid weinig op heeft, dan toch de aandacht waar ze zo om schreeuwde en mocht Wilders mee gaan praten over een nieuw Nederlands kabinet.

Er wordt gepraat, dat is ons verzekerd. Er komen twee akkoorden aan, en iedereen is blij, de VVD, het CDA en de PVV. Die arme meneer Cohen kwam op z’n oude dag nog met Bijbelse citaten in de hoop het CDA nog voor zich te winnen, maar dat scheelde het CDA niet. Verhagen hield vooral z’n mond, en als hij sprak, dan lispelde hij dat de PVV helemaal zo gevaarlijk niet was als er was gezegd, dat het wel mocht, dat Nederland bést van de appel proeven mocht… De lispelende slang.

De mediastilte is eigenlijk een oorverdovend lawaai, maar niemand wil er naar horen. Niemand mag spreken van inhoudelijke leegte, van de nakende schaamte, van onbegrip en verloochening. Geruisloos hapt ze en kauwt. Het enige wat we wél horen, is Wilders in New York, en de ruzietjes die er rondom hem ontstaan, en zo zal het blijven. De dieren kunnen we niet meer verstaan, maar hoor de beesten brullen: zo dan jagen we het Nederlandse volk wel Eden uit.