Einde.

DemterAan alles komt ’n end. Ook aan dat woord, geloof ik, want “end” is ouderwets en nou zegt iedereen “einde”. Ik ook maar dan. Dit blog gaat dicht.

Ja.

Maar er is natuurlijk altijd weer een nieuw begin, nietwaar? Onkruid vergaat niet. Ook ik ga door, maar niet meer hier. Mijn nieuwe site heet zoals ik: Marcel Plaatsman. We zien elkaar vast weer, op mijn nieuwe site.

Dank!

Advertenties

Belgen en Nederlanders brouwen samen bier

Over de vooroordelen van Belgen over Nederlands bier heb ik het hier al eerder gehad. In ieder café, achter elke toog, kun je weer de verhalen horen over Heineken. “Eén slok en ik had al hoofdpijn!” “Dat smaakt naar afwaswater!” “Stella is echt veel beter.” Als je dan vertelt dat er nog meer bier wordt gebrouwen in Nederland, dan is de reactie vaak lauw. “Dat zal wel niet veel zijn, zeker?” Daarna wordt er gelachen en is de discussie voorbij.

Het beperkt zich niet tot kroegpraat. Ik had het hier al eens over Jef van den Steen, die beweerde dat Nederlanders erg van zoet houden en dat de Zundert voor ons verrassend bitter is, en over brouwerij Jessenhofke, met de brouwersvrouw die mij vertelde dat Duvel en Westmalle voor de Nederlandse markt worden aangezoet. Baarlijke nonsens, maar kennelijk is daar behoefte aan.

Gelukkig zijn er inmiddels ook Belgen die beter weten. We zien ze soms opduiken op Nederlandse festivals. Ze bestoken Nederlandse webwinkels met vragen over de levering van Rooie Dop. Ze kapen de laatste flesjes van een bijzondere batch van De Molen voor onze neuzen weg. Durvers zijn het, verguisd in eigen land, bereid te reizen en te dokken voor hun eigen smaak. Nederlanders zien ze graag komen. Aandacht van Belgen, dat is altijd een goed signaal, nietwaar?

In 2014 gaan we verder op de ingeslagen weg. Nederlandse bieren krijgen beetje bij beetje voet aan de grond in België en steeds meer Belgen willen de Nederlanders wel een handje helpen op hun zegetocht dwars door vooroordelen heen. Zo ook gisteren: een nieuw bier werd gepresenteerd, BE-NL, gebrouwen door drie brouwerijen: Pampus en De Eem uit Nederland, Eutropius uit België. Het werd tegelijk in Brugge en in Amsterdam gepresenteerd, bij de Bierkoning. Ik was naar Amsterdam gekomen.

Was het druk? Nee, dat niet. Het was ook een beetje laat aangekondigd. Er werd wat Hollands gemopperd en er werd wat gelachen, want dat knullige was ook weer charmant, misschien wel Belgisch.
De Nederlandse brouwers herinnerden zich met smaak hoe hun Belgische collega was geschrokken van de hopgift. “We zullen die Belgen wel even leren hoe het ook kan!” En passant vertelden de brouwers ook dat de presentatie ’n beetje zinloos was, want het was al uitverkocht. “Dit is de eerste en de laatste keer dat je het proeft.”

Hoe smaakte het dan? Het was inderdaad een heel bitter bier, Jef Van den Steen zou het niet geloofd hebben. Fruitig, harsig, pas later ’n beetje moutig, met vrij wat schuim en een stevige textuur.
Uit Brugge kwamen de eerste reacties binnen: er waren mensen geschrokken. “Verschieten”, noemen de Belgen dat, en in België kun je je ook “positief verschieten”. Laten we hopen dat dat gevoel overheerste: positieve verrassing, verbazing over wat Nederlanders kunnen toevoegen aan de Belgische biercultuur.

Natuurlijk, het gaat goed met het Nederlandse bier. Waar Belgen nog van schrikken, dat vinden wij al bijna gewoon. Maar wie zijn “wij” dan? Ikzelf, u, mijn lezer, de andere brouwers, de vaste gasten van de BeerTemple… Het is een gezellig bierdorp, maar ze vertegenwoordigen nog niet het gemiddelde. Druk werd het ook niet, bij de presentatie in de Bierkoning. Daarvoor hebben we nog veel meer BE-NL nodig. Was het maar niet op!

Bieren aller landen…

Thuis heb ik nog kabeltelevisie, geen digitale. Net geen 40 zenders, dat is al meer dan genoeg. Eigenlijk kijk ik alleen naar de Nederlandse en Vlaamse publieke omroep en soms nog naar TV5 of het nieuws op Duitsland 1. Wat moet je met al die keuze elke dag, daar word je ongelukkig van. Je kunt maar beter op een eiland zitten en denken dat je er niet af kan, dan weet je tenminste wáár je gelukkig moet worden en dat is een goed begin.

Op het Borefts Bierfestival waren er meer bieren dan ik op kon en meer brouwerijen dan ik hier kan noemen. Ik heb niet alle namen uit het hoofd geleerd. Wat een keuze! Was ik er ongelukkig? Helemaal niet. Borefts is dan ook maar twee dagen in een jaar en ik was er enkel op de eerste. Het was een schitterende dag. Borefts was even mijn eiland en heel het bierdorp speelde mee.

Zeven muntjes kocht ik, uiteindelijk nog een achtste toe, en ik kreeg nog tweemaal wat. Eén keer vergat ’n Deens meisje dat ik moest betalen. Elf proefglaasjes, Zie, ik ben toch matig geweest, alsof ik toch kabeltelevisie had en niet uit 140 bieren moest kiezen.

Borefts mag dan een fijn klein tweedaags eiland zijn, als je er je vinger in de zee steekt sta je in contact met de hele wereld. Amerikanen, Belgen, Denen; brouwers, barmannen en liefhebbers; mensen uit Amsterdam en uit Bodegraven – iedereen was er en iedereen dronk bier. Alleen een man van Bier&Co vroeg naar de cola, maar die moest dan ook rijden.

Une mèr à boire. De bierzee is geen Waddenzee, zeker niet, het is er diep en peilloos en winden en golfstromen bepalen het weer. Vorig jaar zat half Borefts aan de whiskystout, nu kon ik er met moeite twee vinden en die waren niet eens zo overdonderend. Ouderwets bier was de nieuwe trend: zure smaken natuurlijk, Gose, en Berliner Weisse, maar ook nog Grätzer/Grodziskie. Fijn.

Eén trend trok extra aandacht, dat waren de gruitbieren. Gruit is ook middeleeuws, natuurlijk, toen hop nog niet gewoon was kruidden we ons bier, met salie of gagel en als je sommige brouwers zou geloven ook met rode peper, wat natuurlijk onzin is, maar dat is alle mode. Jopen speelde het slim en schreef “gruit” achter Koyt. Daarnaast hadden ze een Goudse Gruit gemaakt die prettig anders was dan hun klassieker.

Ik zeulde een Tsjechisch boekje mee waarin vol lof over De Molen werd gesproken, en waarin foto’s van Jopen en Emelisse stonden. Iemand vroeg of ik de tekst voor kon lezen. Ik vertelde in halve zinnen over mijn bieravontuur. Het kwam niet helemaal over, maar ik probeerde het tenminste en zwom door zeeën en meren tegen de drukte in.

Waar waren ze eigenlijk, die Poolse brouwerijen uit mijn vorige blog? Waar waren de Tsjechen en de Slowaken? Goed, er was Grodziskie, maar die kwam uit Haarlem en uit Duitsland, niet uit de ketels van brouwerij Pinta. Wel kreeg ik van een vriendelijke Vlaming een flesje van brouwerij Legenda cadeau, zo uit Hongarije. Zelf stonden ze er niet.

Misschien is dat de missie voor de komende jaren: het IJzeren Gordijn slechten, de oude EEG ‘ns uit. Laat bieren komen uit die nieuwste bierrevoluties vandaan, zet wat kraampjes neer voor die vrolijke jongens, laat hun experimenten maar komen. Of wordt het dan echt digitale televisie in middeleeuws Bodegraven? Waar stopt die zee?

Verwijnd

Natuurlijk gebeurt er in de zomer bijna niets. Veel te bloggen heb ik niet. Maar ineens is er dan toch een relletje, ik had het haast gemist. Ik googelde omdat er niks anders was eens op “bier” in Google nieuws en toen kwam het voorbij. Harold Hamersma zei iets over bier, gewoon op NRC.nl. Wie het wel gemist heeft kan het bericht hier teruglezen.

Harold Hamersma is natuurlijk een wijnliefhebber. Daar schrijft hij over en soms zie je hem ook op tv. Een enthousiaste, geestige man met heel wat kennis van wijn, dat zie ik graag. Want ook ik drink wel eens ’n glaasje wijn. Maar nu Hamersma over bier begint erger ik me toch. Want, wie heeft doorgeklikt kan het al lezen, zijn berichtje zegt heel weinig over bier en wat het zegt is niet enthousiast, niet geestig en ook geen blijk van diepgaande kennis over het onderwerp.

Het is natuurlijk eerder begonnen, ook Hamersma reageert. Hij citeert Fiona de Lange, een bierblogster die vooral over commerciële Belgische brouwerijen schrijft, maar sinds kort een campagne is begonnen om de combinatie van bier en lekker eten bekend te maken bij een groot publiek, in navolging van eerdere campagnes die kennelijk niet succesvol genoeg waren.

Fiona’s tactiek is die van de provocatie, en kennelijk werkt die tactiek best, want ineens staan de woorden “bier” en “spijs” samen in de krant. Maar Hamersma reageert natuurlijk alleen op de provocatie en niet op de inhoud. Fiona zou gezegd hebben dat bier beter met eten samengaat dan wijn – want inspelen op die oude rivaliteit, dat is natuurlijk de juiste provocatie, dat helpt de discussie vooruit.

Bier en wijn zijn allebei smakelijk bij het eten. Niet al het bier en ook niet alle wijn, het ene gerecht komt beter uit met een goed glas rode wijn ernaast en een ander proef je beter met een biertje. Dat is als ik het wel heb ook de echte boodschap van Bier & Spijs, maar daar hoor je Hamersma niet over. Die tackelt de provocatie en daarmee is de kous af.

Op het artikeltje wordt ook gereageerd, door wijnminnende NRC-lezers. De bevooroordeeldheid van deze wijners is toch wel zorgwekkend. “Eerst een biertje om eventuele dorst te lessen, dan het plezier van een wijntje tijdens de maaltijd,” staat er te lezen. Verspilling, les je dorst met water, proef dan pas het bier! Maar gaat het hier om proeven?

“Wijn. Bier is bijzaak,” schrijft een andere reaguurder. Of: “Absoluut bier, maar zelden een Nederlandse.” Ook de grammatica is zorgwekkend, maar dat is voor later. “Bier drinken gedurende de maaltijd graag voorbehouden voor bij de Chinees.” Sterker: “Maak er maar liever geen gewoonte van.” U kunt het allemaal zelf nalezen, lezer, ik heb u gelinkt.

Hamersma zelf reageert nog met een onderzoek waaruit blijkt dat wijndrinkers langer leven en vergeet te vermelden dat dat net zo goed voor gematigde bierdrinkers geldt. Daarmee zijn de vooroordelen compleet, de laatste reactie vat het nog maar even samen: “(De levensduurwinst van bier) is natuurlijk negatief, omdat bier vooral en teveel door mannen gedronken wordt, die gemiddeld enkele jaren minder leven, zodoende!” Jawel.

Goed, om proeven gaat het dus niet, het gaat juist om niet-proeven, het vooraf afwijzen van nieuwe smaken en andere ideeën. Iemand die daarmee afkomt mag zich wat mij betreft geen proever noemen. Een proever is iemand die onbevooroordeeld drinkt en een nieuwe uitdaging graag aanneemt. Bier en spijs, bijvoorbeeld. Waarom is Hamersma niet gewoon gaan proeven?

Het jammerste aan al dit vooroordeelbevestigende gewauwel is wel dat het niet op één of ander blogje staat, maar in de krant. In het NRC zelfs, toen ik op school zat was die krant nog een meneer. Want in een land vol bierdrinkers, met meer dan 170 brouwerijen en zoveel schitterende biercafés en restaurants met bier-spijskaarten, daar schrijven de kranten over wijn en niet over bier. Dat is nou arrogantie, meneer.