Koffiebier

In de Belgische media viel de afgelopen weken weer eens wat te lezen over bier. Belgische kranten hebben meestal niet zo heel veel belangstelling voor het gerstenat, nauwelijks meer dan de Nederlandse kranten, maar als er iets nieuws te melden valt willen ze er wel plaats voor vrijmaken. En deze week was er nieuws, jawel. Een heel nieuwe bierstijl had België bereikt. Echt?

“Nieuw: drink eens koffiebier” kopte De Standaard. Bij het artikel stond een foto van twee heren en een schoon verhaal over broederliefde. De ene broer was koffiebrander, de andere was brouwer, en samen waren ze nu brouwer van het koffiebier. Broeder Jacob heet de brouwerij. Die broederliefde zit wel snor. Maar dat koffiebier? Is dat zo nieuw dan?

In Het Nieuwsblad wordt de brouwende broer geciteerd. “In de USA zijn er al wel biersoorten met koffie, maar in ons land had nog niemand zich daaraan gewaagd,” aldus Johan Claes. De Standaard maakt ook al gewag van Amerikaanse bieren met mout en koffie: “Beide smaken passen zo goed bij elkaar, dat in Amerika al een tiental koffiebieren in de rekken staan.”

Voor ’n bierkenner valt het niet mee dit allemaal te moeten lezen. Een tiental koffiebieren, stel je voor. In de Verenigde Staten is koffiebier groot, daar gaat ’t echt allang niet meer om een tiental. In Scandinavië is koffiebier ook populair. En wat te denken van het dichtste buurland van de brouwers uit Wezemaal, Nederland? Brouwerijen als De Molen, Emelisse, Klein Duimpje en nog anderen brouwen indrukwekkende koffiebieren, soms zo heftig dat je er wakker van wordt.

Over de Nederlandse biercultuur wordt in België hoe dan ook niet geschreven, alsof ze daar liever niet weten dat Nederland minstens zo’n boeiend bierland is als België. Kinnesinne of onkunde? Dat laatste in ieder geval, zoals blijkt uit de artikeltjes over het “nieuwe” koffiebier van Broeder Jacob. Want de bewering van Johan Claes dat niemand in België zich aan de stijl gewaagd had is óók al onwaar. De Struise Brouwers, de ware avant-garde van bierland België, brachten al een Mocha Bomb, die (voor wat ’t waard is) ook goed scoort op RateBeer. Dat was aan de broers en de pers kennelijk voorbijgegaan.

’t Is geen incident. Over bier wordt heel vaak onzin geschreven door gerenommeerde kranten en zelfs wel eens door vakbladen. Kennelijk is er niemand die het naleest. Wat je over bier schrijft hoeft niet te kloppen. Tekenend is dat haast iedere krant wel een eigen wijnrubriek heeft, maar dat een bierrubriek nog moet worden uitgevonden. Alsof wijn zo belangrijk is in ons taalgebied. Natuurlijk, wijn is fijn, wijn is heerlijk, maar er wordt nu eenmaal meer bier gedronken in Nederland en België. Wij hebben een biercultuur.

Soms twijfel ik aan dat laatste. Ja, we hebben brouwers, we hebben goedbezochte festivals, we hebben liefhebbers en verenigingen – maar wat is een biercultuur als daar klinkklare onzin over in de krant verschijnt? Wanneer maken redacties eens écht ruimte voor bier? Voor wat ’t waard is: ik wil best een stukje voor ze schrijven.

Advertenties

Nieuw Belgisch bier?

Brugge is blij, bericht de nog wel redelijke Belgische krant Het Nieuwsblad, want er is een nieuw Brugs bier bij. Fort Lapin heet het. Dat vind ik best ’n mooie naam. Ik ben altijd opgetogen als ik lees dat er een nieuwe brouwerij is opgericht, variatie is goed voor bierliefhebbers en een bierliefhebber, dat ben ik.

Nu ben ik al eerder op dit blog eens kritisch geweest over Belgisch bier. Ik vond de Belgische biercultuur te weinig internationaal. Ondanks z’n on-Vlaamse naam gaat Fort Lapin daar niet veel verandering in brengen, leert het artikel in Het Nieuwsblad. De brouwerij richt zich op ’n breed maar Brugs publiek en dat publiek zal door Kristof Vandenbussche, de brouwmeester van Fort Lapin, niet worden lastiggevallen met hippe internationale stijlen of de uitgesproken smaak van aromahop. Nee, Vandenbuscche komt met een tripel, alweer. “Ik heb geprobeerd om een toegankelijk en vrij neutraal bier te maken, niet te hoppig bijvoorbeeld, en hopelijk valt het dus in de smaak.”

Goed, ook bier is handel, je moet rekening durven houden met je publiek. De gemiddelde Vlaming drinkt nu eenmaal een biertje uit de streek dat toch smaakt zoals bier overal smaakt. Tot zover kan ik Vandenbussche wel volgen. Ik vertrouw er ook heus op dat hij z’n bier ambachtelijk gebrouwen heeft en achter z’n product staat. Wat zou ik die man dat ook misgunnen?

Maar ongewild staat de brouwer van Fort Lapin wel symbool voor de hedendaagse Belgische biercultuur, waar steeds meer mensen kritiek op hebben. Belgisch bier is niet hip meer, Belgisch bier is suf. Brouwers herhalen zichzelf en hun collega’s. Uitgesproken stijlen verdwijnen, zoete tripels en dito dubbels nemen de markt over. Dat is natuurlijk zorgwekkend, want de variatie waar bierliefhebbers zo van houden komt zo in gevaar.

Er zijn argumenten genoeg om een en ander te willen veranderen. Die argumenten zijn in Nederland inmiddels beproefd en bewezen: met doorsneebier kun je niet tegen de commerciële bierreuzen op, je moet je onderscheiden met smaken die misschien niet het grote publiek, maar wel een groeiende groep bierliefhebbers aanspreken. Anders blijft je bier hoogstens een lokaal curiosum dat het goed doet bij de VVV en de heemkundevereniging, maar zelfs bij toeristen en heemkundigen niet blijft hangen.

Een gewoon, toegankelijk bier, uit de streek. Goe bier van bij ons. Dat maken ze nu, al die kleine vriendelijke Belgische brouwerijtjes. Een enkeling durft te experimenteren, maar een enkeling is niet genoeg. De traditie moet bewaakt worden – handen af van de geuze en de Vlaamse Bruine – maar wie alleen bewaakt sukkelt in slaap.

Vooruit moet het dus, de wereld achterna! Amerikaanse hop in Brugs bier, rookmout in een bruine uit Diest, stevige stouts uit Antwerpen…  schreef Elsschot niet al over stout? Ideeën genoeg. De Belgische biercultuur verdient de 21e eeuw.