Bierthee

Verleden maand blogde ik over koffiebier. Toen vermeldde ik al dat je in Nederland prima koffiebier kunt drinken, als je de weg naar de betere biercafés en slijterijen maar weet te vinden. Zelf ben ik meer een theedrinker, maar in bier vind ik koffie heerlijk. De Kopi Loewak van brouwerij De Molen is één van mijn favorieten. Toen ik vernam dat het op tap verkrijgbaar was in Amsterdam aarzelde ik dan ook niet.

Het goede biercafé liet zich ditmaal lastig vinden, want de Kopi Loewak werd getapt in een zaak die ik tot dan toe vooral als koffie- en theeproeflokaal kende. Het Hofje van Wijs, aan de Zeedijk – niet ver van het station, gelukkig, en goed te combineren met een wandeling langs de andere goede cafés die Amsterdam rijk is.

Ik kwam pas ’s avonds binnenvallen en zei iets over bier. Dat was voor de eigenaar genoeg. Ja, hij tapte Kopi Loewak, maar voor een theeliefhebber als ik had hij ook nog iets anders. Hij had op dat moment twee “theebieren” op de tap staan. Natuurlijk kon ik die proeven met ’n kopje thee ernaast, zodat ik de gebruikte theesoorten nog beter zou herkennen. Dit werd een goede avond, zoveel was duidelijk.

De basis van het theebier van Hofje van Wijs is hoppig bier van De Molen. Die samenwerking is niet toevallig, legde de eigenaar uit. De Molen komt uit Bodegraven en daar kwam hij zelf ook vandaan, dus daar moest een keer iets mee gedaan worden. Zo ontstonden de thee- en koffiebieren die hij die avond tapte.

Vuur & Vlam, dat was een bier dat ik wel van De Molen kende: scherp en hoppig. Nu dronk ik het bier met Chai ernaast én erdoorheen. Het bier had simpelweg op de thee getrokken, omdat het kon. Het resultaat mocht er wezen. De Chai sloot perfect op de hop aan, de overgang was zo merkwaardig subtiel dat het me niet lukte te zeggen wannéér de ene smaak nu in de andere overging. Zo leuk kan proeven zijn.

Het tweede theebier dat ik proefde was de Smoking Gun. Rook is een hippe smaak in bier, maar er bestaat natuurlijk ook gerookte thee en die was gebruikt om het rookbier van De Molen op te leuken. Rookmout en Lapsang Souchong – een geslaagde combinatie die nog leuker werd toen ik de thee, naast het bier geserveerd, proefde: nieuwe smaken als kaneel kwamen ineens naar boven.

Natuurlijk sloot ik af met waar ik voor gekomen was: Kopi Loewak, het bier én de koffie, vers getapt. Dat was heerlijk, zeker. Maar het gelukkigst was ik met de nieuwe smaken die ik had leren kennen. Weer helemaal anders dan de nieuwe smaak die ik een paar dagen ervoor had leren kennen. De verbazing is de helft van het plezier.

Er kan vast nog veel verbeteren, maar op sommige plaatsen is onze biercultuur toch haast perfect. Het experiment, de durf, over grenzen, stijlen en definities heen kunnen denken – dat maakt het moderne Nederlandse bier zo geweldig interessant. Wie ’t nog niet gevonden heeft wijs ik graag de weg.

Advertenties

Koffiebier

In de Belgische media viel de afgelopen weken weer eens wat te lezen over bier. Belgische kranten hebben meestal niet zo heel veel belangstelling voor het gerstenat, nauwelijks meer dan de Nederlandse kranten, maar als er iets nieuws te melden valt willen ze er wel plaats voor vrijmaken. En deze week was er nieuws, jawel. Een heel nieuwe bierstijl had België bereikt. Echt?

“Nieuw: drink eens koffiebier” kopte De Standaard. Bij het artikel stond een foto van twee heren en een schoon verhaal over broederliefde. De ene broer was koffiebrander, de andere was brouwer, en samen waren ze nu brouwer van het koffiebier. Broeder Jacob heet de brouwerij. Die broederliefde zit wel snor. Maar dat koffiebier? Is dat zo nieuw dan?

In Het Nieuwsblad wordt de brouwende broer geciteerd. “In de USA zijn er al wel biersoorten met koffie, maar in ons land had nog niemand zich daaraan gewaagd,” aldus Johan Claes. De Standaard maakt ook al gewag van Amerikaanse bieren met mout en koffie: “Beide smaken passen zo goed bij elkaar, dat in Amerika al een tiental koffiebieren in de rekken staan.”

Voor ’n bierkenner valt het niet mee dit allemaal te moeten lezen. Een tiental koffiebieren, stel je voor. In de Verenigde Staten is koffiebier groot, daar gaat ’t echt allang niet meer om een tiental. In Scandinavië is koffiebier ook populair. En wat te denken van het dichtste buurland van de brouwers uit Wezemaal, Nederland? Brouwerijen als De Molen, Emelisse, Klein Duimpje en nog anderen brouwen indrukwekkende koffiebieren, soms zo heftig dat je er wakker van wordt.

Over de Nederlandse biercultuur wordt in België hoe dan ook niet geschreven, alsof ze daar liever niet weten dat Nederland minstens zo’n boeiend bierland is als België. Kinnesinne of onkunde? Dat laatste in ieder geval, zoals blijkt uit de artikeltjes over het “nieuwe” koffiebier van Broeder Jacob. Want de bewering van Johan Claes dat niemand in België zich aan de stijl gewaagd had is óók al onwaar. De Struise Brouwers, de ware avant-garde van bierland België, brachten al een Mocha Bomb, die (voor wat ’t waard is) ook goed scoort op RateBeer. Dat was aan de broers en de pers kennelijk voorbijgegaan.

’t Is geen incident. Over bier wordt heel vaak onzin geschreven door gerenommeerde kranten en zelfs wel eens door vakbladen. Kennelijk is er niemand die het naleest. Wat je over bier schrijft hoeft niet te kloppen. Tekenend is dat haast iedere krant wel een eigen wijnrubriek heeft, maar dat een bierrubriek nog moet worden uitgevonden. Alsof wijn zo belangrijk is in ons taalgebied. Natuurlijk, wijn is fijn, wijn is heerlijk, maar er wordt nu eenmaal meer bier gedronken in Nederland en België. Wij hebben een biercultuur.

Soms twijfel ik aan dat laatste. Ja, we hebben brouwers, we hebben goedbezochte festivals, we hebben liefhebbers en verenigingen – maar wat is een biercultuur als daar klinkklare onzin over in de krant verschijnt? Wanneer maken redacties eens écht ruimte voor bier? Voor wat ’t waard is: ik wil best een stukje voor ze schrijven.