Struikelblog

De verkiezingen zijn geweest. Op dit blog riep ik mijn liefste lezers op toch vooral progressief te stemmen. Ik heb gisteren zelf dan ook een vakje van D66 roodgekleurd. De mensen voor mij stemden PvdA, dat kon ik duidelijk zien, want er waren geen gordijntjes – maar o, wat vinden we stemcomputers toch eng. Is dat progressief? Ik vraag het me af. In ieder geval zullen veel mensen vinden dat die stem op de PvdA progressief is. In Alkmaar werden de rooien als vanouds de grootste.

D66, PvdA: ze deden het goed in de steden, waar studenten en hoogopgeleiden samenhokken en zich zo in een fijne wereld wanen die buiten de ringweg al ophoudt. Op de uitslagenkaart is Alkmaar een rood eilandje in een zee van blauw. De VVD is ook bij deze verkiezingen de grote winnaar. Het nieuwe discours van Mark Rutte spreekt de mensen aan: de ideologische veren zijn afgeschud, de VVD stoomt nu conservatief en populistisch voorwaarts en veel stemmers, vooral die in de dorpen en de voorsteden, gaan daar in mee. Alleen in het hoge noorden won de PvdA in stad én land – maar zelfs daar behaalde de VVD heel behoorlijke resultaten.

Voor Nederland als geheel is de uitslag helder: VVD en PvdA zullen nu samen moeten regeren en daarbij hebben ze in de Tweede Kamer geen extra partij nodig. D66 is dus even uitgepraat, al kunnen de sociaal-liberalen, samen met hun geestverwanten van GroenLinks, in de Eerste Kamer misschien nog meewuiven, als het trouwe maar geslagen CDA het nieuwe paars niet aan een meerderheid helpt. Van die verplichte zondagsrust raken we wel af, maakt u zich geen zorgen – maar voor de rest?

De onderhandelingen zullen nog niet vandaag beginnen en zeker niet morgen al zijn afgerond. Ook al is er geen andere mogelijkheid dan een kabinet Rutte-Samsom, ze zullen het elkaar niet makkelijk gaan maken. Terecht natuurlijk, de kiezers hebben een duidelijke stem laten horen, stad en land zijn allesbehalve een eenheid en dat zullen ze ook niet zomaar weer worden. Nederland wacht een lange formatie.

De onderhandelaars zullen een aantal dossiers al meteen veilig in de verzendbak kunnen leggen: over Europa zijn Rutte en Samsom het gauw eens, op het gebied van onderwijs valt er ook nog wel een gulden middenweg te vinden, zelfs immigratie zal sneller gaan dan in de gloriedagen van Geert Wilders. Maar dan de grote vraagstukken: de huizenmarkt – die de Nederlandse economie zo klem heeft doen lopen – en de zorg, onze allergrootste kostenpost. Wat voor akkoorden zijn daar te verwachten? De VVD won de verkiezingen met een behoudend verhaal over de huizenmarkt en de marktwerking in de zorg als dogma, de PvdA won met het omgekeerde. En wat moet er met die wietpas gebeuren, door de VVD zo gewenst, door de PvdA zo verguisd…?

Het kan alle kanten op, wat dat betreft zijn we geen stap verder dan we voor de verkiezingen stonden. Maar straks kunnen we altijd winkelen op zondag, goddank.

Paars kleuren

Toen ik mijn vorige bericht schreef, drie weken geleden, waren de heren opiniepeilers er nog van overtuigd dat de SP samen met de VVD de verkiezingen zou winnen. Inmiddels hebben de peilers hun mening weer aangepast en als de peilers dat doen, dan volgen de kiezers meestal snel. Overmorgen zullen we dus wel wakker worden in een land waar PvdA en VVD de twee grootste partijen zijn en waar de nieuwe coalitie onherroepelijk een paarse is. Valt er dan eigenlijk nog wat te kiezen, morgen?

Somber wordt er gezegd: nee, er is niks te kiezen, we krijgen paars en wie dat niet leuk vindt heeft pech. Maar wie dat zegt heeft niet goed geluisterd. Er valt nog steeds wat te kiezen. Voor paars zijn in Nederland immers niet alleen rood en blauw nodig, in dit coalitieland zal er óók een groene partij moeten aanschuiven. Groen, dat is de kleur van D66, maar ook de kleur van het CDA. En daar is keuze.

Rutte heeft het al gezegd: hij wil regeren met het CDA. Wie Rutte daarin volgt kan met een gerust hart VVD stemmen. Dan krijg je een paars met conservatieve partijen, zonder al te veel “linkse hobby’s”, want Samsom kan niet alles winnen, maar vooral ook zonder veel hervorming. Ethisch schuiven we niet veel verder dan we nu al staan, de zondagsrust zal heilig blijven, het drugsbeleid zal verder verrommelen – goed, misschien kan de vlaktaks van het CDA met wat sociale randjes en de afbouw van HRA nog wel gestalte krijgen, dat zou vernieuwend zijn, maar moet je om zo’n compromis echt het liberalisme laten liggen?

De progressieve variant is die met D66. Economisch is D66 niet eens zoveel linkser dan het CDA, maar ethisch is er een groot verschil. Met een progressief paars kan er wél worden doorgepakt op de dossiers die ik hierboven noemde. En wat zou zo’n regering al niet kunnen betekenen voor het onderwijs! Zo’n paars kan ook richting geven in Europa – waar die regering trouwens maar uit twee partijen zou bestaan, in Europa zitten D66 en VVD immers samen in één fractie. Dat is nog eens helder. Dit paars kan het liberalisme een menselijk gezicht geven en Nederland uit de treurige conservatieve sleur van de laatste jaren trekken.

Nou ja, mijn keuze is wel helder. Die van Rutte is dat ook. Wie morgen VVD stemt, kiest voor het conservatieve paars van Buma, wie D66 stemt drukt zo een progressief stempel op een kabinet dat toch onontkoombaar is. Morgen is wat dat betreft een dag van generaties en overtuigingen: voortmodderen of vooruit, conservatief of liberaal, naar binnen of naar buiten, oud of jong…? Er is iets te kiezen!

Nog een halve dag en een nacht, dan mogen we gaan stemmen. Op het nippertje is hier dan mijn stemadvies, dat hetzelfde is als twee jaar geleden: D66. Wie vooruitdenkt weet waarom.

Verstemming (2)

Er komen weer verkiezingen aan. Niet iedereen wil nog van een campagne weten, maar toch worden er de nodige ballonnetjes opgelaten, deelt de PvdA rozen uit en wordt iedere uitspraak van welke politicus dan ook door de media geïnterpreteerd als verkiezingsretoriek. Mijn blog is deze zomer al vaker over folklore gegaan, maar de hoogmis van de democratie overtreft natuurlijk alles.

Bij de verkiezingsfolklore horen peilingen. De voorbije jaren zijn peilingen steeds belangrijker geworden, zo zelfs, dat het stemgedrag van de kiezers er sterk door wordt beïnvloed. Deze verkiezingen zijn door de peilers tot een strijd tussen SP en VVD uitgeroepen, en dus hoor je nu mensen twijfelen tussen Roemer en Rutte – eigen principes verdwijnen stilaan uit het debat. Veel kiezers zullen in het stemhokje niet zeggen wat zij voor Nederland het beste vinden, onder invloed van de peilingen zullen ze kiezen voor wat hen het minst slechte lijkt.

De uitslag van de verkiezingen is door deze peilingsretoriek nog makkelijker te voorspellen: SP en VVD zullen de grootste partijen worden, alle andere partijen zullen inleveren. Wie van de twee de grootste wordt, dat is de enige spanning die er nog is. Maar maakt dat veel uit? Rutte of Roemer – hoe groot is het verschil nog ná de verkiezingen?

Het spel heeft duidelijke regels: Rutte moet als de tegenstander van Roemer worden afgeschilderd en omgekeerd. Dat moet niet moeilijk zijn: Roemer is links, Rutte is rechts. Volgens André Krouwel, politicoloog aan de VU, is er geen partij rechtser dan de VVD en geen linkser dan de SP. Er is dus wat te kiezen: mensen of centen, hard of zacht, blauw of rood. Maar wat levert die keuze op?

Roemer rolt z’n spierballen: als hij aan de macht komt, dan gaan we lekker over die 3% heen, en Europa kan de pot op. Rutte rolt z’n spierballen de andere kant op: met de VVD aan de macht gaan we verder bezuinigen, nou, en Europa – euh, nou ja, nee. Daar heeft de VVD helemaal zo’n helder standpunt niet over. Misschien kan Europa ook voor de VVD de pot wel op. Maar die 3%! Die is belangrijk! En de VVD is ook tegen boeven! Lekker rechts!

Als de verkiezingen voorbij zijn zal Roemer wel zeggen dat bezuinigingen wat hem betreft best kunnen, zolang ze maar menselijk zijn. De VVD zal dat beamen. Ze moeten wel, SP en VVD, want de verkiezingsuitslag zal hen tot elkaar veroordelen. Dat lijken de meeste kiezers nog niet te begrijpen. De tweestrijd zorgt ervoor dat kleine partijen kleiner worden en de twee grote groter – waarom zouden de kleine partijen, na verloren verkiezingen, aanschuiven bij één van die twee groters, zonder veel gelegenheid om een stempel op het te vormen kabinet te drukken? Ze kijken wel uit.

Dat is het grote bedrog van de peilers: deze verkiezingen mogen dan wel tussen Roemer en Rutte gaan, de keuze die de stemmer heeft is helemaal niet óf-óf. Het is hoe dan ook én-én. Rutte en Roemer zullen moeten onderhandelen over een nieuw pimpelpaars kabinet. Een conservatief paars zal het zijn, een binnendijks paars. Niks voor D66, niks voor mij, misschien zelfs niks voor Nederland – maar wat Nederland wil, zullen we niet weten, deze verkiezingen gaan over peilingen.